In de ban

Er was eens, heel lang geleden, in een land hier ver vandaan, een knus koffiehuisje. Dit koffiehuis, dat gerund werd door de trotse vader van twee zonen, was beroemder om zijn warme chocolade dan om zijn koffie. De moeder van het gezin was kunstenaar en boetseerde de meest prachtige beelden. De oudste zoon was een havenarbeider aan wie die talenten voor zowel smaak als schoonheid zonder omkijken voorbijgegaan waren. Maar de jongste zoon had de smaakpapillen van zijn vader en de scheppende handen van zijn moeder geërfd.
.        .De jongste zoon leerde al snel dat er geen mooiere smaak was om mee te werken dan de smaak van chocolade. Maar die scheppende handen konden met de vloeibare chocolade niets beginnen. Dus spendeerde hij maanden in de keuken van zijn vader, totdat hij het recept voor de heerlijkste chocolade in vaste vorm ontdekte. Het leek magie! Als hij het verwarmde werd het kneedbaar als klei, maar als het afkoelde werd het zo knapperig als de krakelingen van de bakker. Dus zijn handen boetseerden en kneedden, schaafden en masseerden, verfijnden en schilderden dagenlang, tot ze het prachtigste chocoladebeeld ooit geschapen hadden.

Razend enthousiast holde de jongste zoon naar de haven. ‘Broer! Kom mee, kom kijken, kom proeven wat ik heb gemaakt!’ Dus de oudste zoon kwam mee naar de keuken van het koffiehuis. Sprakeloos keek hij naar het mooiste en heerlijkst geurende kunstwerk dat hij ooit had gezien. Volkomen in de ban liep hij er rondjes omheen. ‘En proef dan toch!’ Riep de jongste zoon. Maar dat wilde zijn broer niet, want dat zou het beeld ruïneren.
.        .Moeder kwam kijken en slaakte een zucht van extase. ‘Voel hoe heerlijk hard het is, maar als boter smelt in je mond!’ Riep haar jongste zoon. Maar, volledig in de ban van deze schoonheid, wilde ze het niet aanraken, want zo een perfectie mocht niet worden aangetast!
.        .Vader kwam kijken en het water liep hem in de mond. Hij kwam zo dichtbij als hij durfde, en rook en snoof en snuffelde. Maar proeven wilde hij niet. Hij was zo in de ban van dit overheerlijk aroma dat hij bang was dat het zijn smaakpapillen zou doen exploderen.

Intens teleurgesteld omdat niemand zijn werk wilde proeven, stelde de jongste zoon het beeld tentoon op het marktplein. Als vliegen op stroop kwamen de mensen erop af. Allen waren in de ban van de grandeur en geur, maar je raadt het al: niemand wilde proeven.
.        .Toen kwam een jong meisje met grote ogen aanlopen, en ook zij was in de ban van het beeld. Maar hoe mooi en prachtig en fantastisch ze het ook vond, de verleiding van chocolade kon ze onmogelijk weerstaan. En na een korte aarzeling zette ze haar tanden in het kunstwerk, en het smaakte zo hemels! Puur geluk explodeerde in haar mond en de vonken zoefden als vlinders door haar lijf. Verrukt nam ze nog een hap en nog één, en meer en meer meer meer…
.        .Met tranen van geluk keek de jongste zoon toe hoe iemand eindelijk écht van zijn harde werk genoot. Met tranen van afschuw zag het pleinpubliek hoe die meid het prachtbeeld hap voor hap degradeerde tot een donkerbruine hoop. En voordat de jongste zoon of het meisje de omgeslagen sfeer beseften, besprong de menigte haar uit woede om het gesloopte hemelswerk.

Besmeurd met chocolade en haar bloed, liep de jongste zoon eenzaam en alleen de stad uit. Hij was verbannen, want hij had de orde verstoord en levens in gevaar gebracht. Zijn chocoladepronkstuk was vergaan samen met de enige ziel die het echt op waarde had weten te schatten. Dus restte hem niets meer dan te zoeken naar een land waar men zijn kunst van chocolade wel begreep.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *