Het monster onder jouw bed – deel 7

Lees hier deel 6, mocht je die nog niet gelezen hebben 😉

Zo had ik Tik dus leren kennen. Het was de meest chaotische, verwarrende en frustrerende nacht van mijn leven. Naderhand heb ik eerst eens wat bijgeslapen en vervolgens ben ik bij mijn huisarts langs geweest in verband met de hersenschudding en om het eens over mijn slaapproblemen te hebben. Ik kreeg op mijn flikker omdat ik naar de huisarts had moeten komen voordat ik lekker een paar uur in bed ging liggen en vervolgens kreeg ik slaappillen mee om mijn slaapritme weer in het gareel te krijgen. Ik meldde me ziek op mijn werk en begon samen met Tik een speurtocht op het internet naar manieren om hem weer thuis te krijgen.

Tik was ervan overtuigd dat er geen vaste landplaatsen waren op aarde, want hij was wekenlang op de plek gebleven waar hij zijn vlucht gemist had en hij had er geen tweede MWO voorbij zien komen. Maar er moest toch een zeker systeem in zitten en de landplaatsen moesten toch redelijk makkelijk te vinden zijn. ‘Hoe groot is zo’n MWO?’ Vroeg ik. ‘Dan weten we ook hoeveel plek hij ongeveer nodig heeft om te landen.’ Tik schudde zijn hoofd. ‘Ze variëren enorm, met een diameter tussen de 10 en 100 meter. De meeste zijn rond met pijlvormig aanhangsel aan de voorkant.’ En zo begonnen we dus, zonder enig zinnig aanknopingspunt, in het wilde weg te zoeken naar alles wat enigszins met UFOs, aliens en onverklaarbare fenomenen te maken had.

Na iets meer dan een week, kwam ik thuis van het boodschappen doen en vond Tik weer achter de computer met Mona op schoot. ‘Ik heb iets gevonden!’ Riep hij me tegemoet, voor ik goed en wel binnen stond. Ik hing mijn jas aan de kapstok en liep met de boodschappen naar de keuken. ‘Wat dan?’ Tik kwam achter me aan. ‘We moeten naar Stonehenge.’
‘Stonehenge? Wat moeten we daar?’
‘Het is een communicatiestation.’
‘Stonehenge is een berg stenen. Heel interessant neergelegd, maar het zijn stenen.’
‘Ik herinner het me uit de lessen die we gehad hebben ter voorbereiding op onze taak hier. Er zit een compleet communicatiesysteem onder die stenencirkel.’
‘Hebben jullie dat gebouwd?’
‘Ja.’
‘En waar zijn die stenen dan voor?’
‘Oh die lagen er al. Het was ooit een graf, of een offerplek of iets in die richting. Wij gebruiken dat soort plekken, want ze zijn een handig herkenningspunt.’
‘En waarom kom je hier nu pas mee?’
‘Ik was dit helemaal vergeten, totdat ik dat plaatje op internet zag.’
‘En stel dat we nu naar Stonehenge gaan, wat gaan we daar dan doen?’
‘Een bericht sturen natuurlijk.’
‘Herinner je je dan ook ineens hoe dat moet?’
‘Nee.’
‘Dus wat is je plan?’
‘We gaan naar Stonehenge.’
‘Ja en dan?!’
‘Dan sturen we een boodschap.’
‘HOE?!’
‘Doe niet zo opgelaten. Die stations zijn neergezet om contact te houden met pioniers op aarde. Verder nergens voor. Hoe ingewikkeld kan dat nou zijn?’
‘Ik wil een beter plan.’
‘Jij wilt mij naar Stonehenge rijden, want zonder jou crash ik de auto in de eerste bocht.’
‘Jij kunt niet eens bij de pedalen.’
‘Daar heb je een punt. Ga gewoon met me mee. Je hebt ook niet echt iets beters te doen.’
‘Ik heb een baan.’
‘Dolle pret, ziekteverzuimer.’
‘Met jou valt niet te praten.’
‘Praat dan wat minder en breng me naar Stonehenge.’
‘Waarom zou ik?’
‘Waarom niet?’
‘Dit is zo kinderachtig.’
‘Geef dan antwoord. Waarom zou je me niet naar Stonehenge brengen?’
‘Ik wil eerst uitzoeken of je verhaal klopt, hoe we daar in het ondergrondse station moeten komen en hoe we dan die boodschap moeten sturen!’
‘En jij denkt dat dat wel even te vinden is via Google?’
‘Weet ik veel!’
‘Nee. Kom we gaan.’

En dus regelde ik een oppas voor Mona, pakte wat spullen en gingen we.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *