Het monster onder jouw bed – deel 5

Het voorgaande deel vind je hier!

Even later stond ik vanille-ijs etend in de keuken eitjes te bakken, want ik had honger gekregen van dat verhaal en bovendien protesteerde mijn maag heftig tegen al die koffie. Dus vanille-ijs en eieren, vraag me niet waarom dat werkt tegen maagzuur. Ik was een beetje van slag door Tiks verhaal. Niet dat ik het geloofde natuurlijk! Maar het idee dat wij misschien alleen maar fungeerden als een vorm van bio-energie voor hoger ontwikkelde buitenaardse wezens zat me toch niet helemaal lekker. Tik kwam bij me staan. Zijn antennetjes kwamen net tot aan mijn heup. Als hij pluche was geweest zou hij een bestseller item bij de speelgoedwinkel zijn geweest. Maar hij was niet pluche en ondanks zijn schattige uiterlijk met te lange armen, veel te korte beentjes en rare peervorm, kwam hij belachelijk ernstig over. Misschien sprak hij wel echt de waarheid. Ik was in de war, mijn ijs was op en de eieren gaar.

‘Dus wat deed je onder mijn bed?’ Vroeg ik, toen ook de eieren verorberd waren en we op de bank zaten. Nou, toen ik klein was ben ik naar aarde gestuurd om emoties te planten. Positieve emoties. En op mijn tiende zou ik worden opgepikt, maar ik miste mijn vlucht. En sindsdien zit ik vast op aarde.’
‘Hoe lang al?’
‘Nou, in jullie tijdstermen… Ehm, ruim twintig jaren.’
‘Jeetje, en hoe oud was je toen je hier gedumpt werd?’
‘Ho ho, ik werd niet gedumpt! Ik deed gewoon mijn werk als wees!’
‘Ben je wees?’
‘Ja, kinderen met ouders veroorzaken alleen maar nachtmerries, omdat ze terug naar huis willen. Wezen hebben weinig last van die dingen.’
‘Waarom sturen ze geen volwassenen?’
‘Die vallen nogal op, zoals je ziet. We zijn in jullie ogen doorschijnend als we nog heel klein zijn. Bovendien zijn volwassenen emotiedicht, kinderen niet. Dus kinderen kunnen eenvoudig emoties planten, maar voor volwassenen kost het heel veel moeite.’ Ik zuchtte. Dit was op zoveel vlakken fout. Aliens die weeskindjes de ruimte in schieten om de kutklusjes op te lossen. Wat moest ik hier nou weer mee? ‘Tik, jullie zijn ernstig gestoord.’

‘Ja nou, ok. Maar goed, nu heb je me ontdekt, dus kun je me ook wel helpen om weer thuis te komen.’
‘Ho ho ho, je zou me vertellen wat je onder mijn bed deed!’ Tik keek verbaasd. ‘Dat heb ik toch gezegd, dromen planten.’
‘Ik droom niet, ik slaap niet eens man!’ Mijn vermoeide brein kwam gefrustreerd in protest en ik hoopte dat mijn boze emoties Tik omver zouden blazen. ‘Pffff, doe niet zo moeilijk. Ik ben er gewoon niet zo goed meer in nu ik ouder ben. Bovendien zit ik nog maar kort onder jouw bed. Het vorige gezin had een hond. Niet dat jouw kat zo’n feest is. En je mag ook best wat vaker stofzuigen.’ Mijn frustratie zette door in een cafeïne gedreven tantrum en ik smeet mijn inmiddels lege bord richting het aanrecht. Mis, natuurlijk. ‘Doe niet zo moeilijk, zegt ie dan! Of ik iets vaker wil stofzuigen? Flikker op naar waar je vandaan komt engerd. Ga iemand anders uit zijn slaap houden! Wie denk je wel niet dat je bent?!’

Nijdig was ik opgesprongen en wachtte op de heftige tegenreactie die nu zou komen. De knipperende lichten, ruisende radio, zwevende meubels. Ik verwachtte bliksemschichten die uit Tiks antennes vlogen. Hij zou spontaan 3x zo groot worden om te laten zien wie hier nou het machtigste wezen in de kamer was en tenslotte kon er toch zomaar een bionische gifstaart uit zijn achterste poppen om mij mee aan de muur te spietsen. Maar in plaats daarvan sprong katlief op het door mij voorverwarmde plekje op de bank en ging daar rustig liggen snorren. Tik keek me uitdrukkingsloos aan en begon rustig haar kopje te aaien. Bummer.

Er werd aangebeld. Van mijn stuk gebracht liep ik naar de deur. Voordat ik de woonkamer uitliep, keek ik nog even over mijn schouder, maar het vredige beeld van de alien die mijn kat zat te aaien was niet veranderd. Toen opende ik de voordeur en keek in het vertrokken gezicht van mijn buurvrouw. Ik dacht meteen dat ze wel eens boos zou kunnen zijn, maar het was moeilijk in te schatten doordat haar nog half slapende hangende gezichtspieren niet helemaal meewerkten aan de bijbehorende gezichtsuitdrukking. Ze keek gewoon heel raar. En ze loenste een beetje zonder haar bril. Doordat ik druk bezig was te achterhalen met welk oog ze mij nou aankeek, duurde het even voordat ik doorhad dat ze een knuppel in haar hand had. Een roze knuppel nota bene. Mijn blik schoot van haar ene oog naar het andere, naar de knuppel, terug naar haar ene oog en weer naar de knuppel, die toch geen knuppel bleek te zijn. Als ik nou gewoon een paar nachten fatsoenlijk geslapen had, en niet zoveel koffie had gedronken, en mijn gedachten niet stijf van de cafeïne door mijn hersenpan stuiterden, en mijn geschreeuw en dat bord op de grond, en maagpijn en als dat beeld van mijn kat en die alien en die woede, dan, dan… Dan was ik niet bewusteloos geslagen door mijn nijdige uit haar slaap gewekte buurvrouw met een roze megadildo.

Benieuwd hoe dit verder gaat? Lees het in deel 6!

2 gedachten over “Het monster onder jouw bed – deel 5

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *