Het monster onder jouw bed – deel 1

Nu verwacht je natuurlijk een griezelverhaal over een gruwelijk monster dat zich onder je bed verstopt en midden in de nacht, als jij nietsvermoedend je tenen over de rand van het bed laat bungelen, toehapt. Gegil, enorme tanden die flikkeren in het maanlicht, knappende botten, bloed tegen het plafond, gegrom, slurpgeluiden en de misselijkmakende ijzergeur die zich samen met een donkere plas door de kamer verspreidt…

Maar daar gaat dit verhaal dus niet over.

Dit verhaal gaat over weeskindjes met schattige ronde gezichtjes en grote ogen. Ze zijn slim, zachtaardig en eenzaam. Ze zijn de oorzaak van vele horrorverhalen en van vele mooie dromen.

Maar laten we bij het begin beginnen. Bij de beroemde zin ‘er was eens’… Een boer. Ruim dertig jaar geleden woonde hij in Usselo, waar hij een flink stuk grond had om graan op te verbouwen. Deze boer was, zoals eigenlijk alle boeren in Twente, hartstikke nuchter, tenzij hij in de plaatselijke kroeg iets te veel vloeibaar graanproduct had genoten. Hij ging braaf op zondag naar de kerk, want dat werd nu eenmaal van je verwacht en het was nog wel gezellig ook. Maar stiekem geloofde hij geen donder van al dat Bijbelse gezwets.

Op een zondagochtend werd hij wakker met een enorme kater. Het was iets te gezellig geweest in de kroeg en nu moest hij het bezuren. Met veel moeite rolde hij zijn bed uit, goot een flinke sloot koffie naar binnen en verorberde de eieren die vrouwlief voor hem gebakken had. Optisch nuchter stapten ze om kwart over negen de deur uit om naar de kerk te gaan. En toen zagen ze het.

Midden tussen het wuivende graan op zijn veld was een grote cirkel plat gestampt. Of plat gewaaid? Gemaaid? De boer liep, tot onvrede van zijn vrouw, in zijn zondagse pak het veld in. Het was echt een perfecte cirkel. Hoe was dat nou gebeurd? Hij draaide zich om en zag een duidelijk pad waar hij zojuist door het graan gelopen had. Hij keek de cirkel rond. Geen andere paden. Met zijn katerhoofd wilde hij er verder niet over nadenken, dus liep hij terug naar zijn vrouw en zonder er meer woorden aan vuil te maken dan ‘ik snap er niks van’, gingen ze naar de kerk.

Maar zijn vrouw, die de volgende dag bij de kapper zat, maakte er natuurlijk wel meer woorden aan vuil. Het zouden die vandalen van Laarveld wel zijn geweest met hun stomme grappen. Snapten die wel hoeveel inkomsten ze misliepen nu ze uit die enorme cirkel niks meer konden oogsten? Haar gemopper ging van mond op mond, zoals dat gaat, en kwam uiteindelijk bij een journalist terecht. En zo verscheen, voor het eerst in Nederland, een artikel in de krant over graancirkels.

Wat er nooit in de kranten verschijnt, is dat mensen in de omgeving na het ontstaan van die graancirkels veel intenser gaan dromen. Er worden meer spookverhalen verteld, gebaseerd op de meest vreselijke nachtmerries. Maar ook meer fantastische dromen over het vliegen naar verre oorden, de held uithangen op een piratenschip of kittens redden uit een brandend huis. Niemand heeft het over de zacht schuifelende geluiden die vanonder de bedden vandaan komen. Of die wegflitsende schaduwen, die soms nog net vanuit een ooghoek worden gezien in de schemer. Niemand legt de link tussen graancirkels en de spookverhalen over het monster onder jouw bed. Maar ik wel.

Credits afbeelding: M. van Gent

Lees hier het vervolg…

Een gedachte over “Het monster onder jouw bed – deel 1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *