Tattoo met een bijsmaakje

Ik weet niet of ik erom moet lachen of me er dood aan ergeren. Schuin tegenover mij zit een of andere magere surfdude. Hij loopt alsof hij een bodybuilderslijf heeft en gaat nonchalant in de stoel hangen om zijn ‘awesome’ tattoo ter hoogte van zijn borstspier te laten prikken. Borstspier? Ik zie hem niet. Is hij überhaupt 16? Vanaf het moment dat de tatoeëerder, een beer van een bikerdude, zijn tattoogun zoemend aanzet, verschijnt er een gepijnigde uitdrukking op zijn toch niet zo stoere gezicht.

Inmiddels ligt surfdude als een dame in katzwijm achterover in de zwarte stoel met zijn hoofd opzij weggedraaid. Zijn door de zon gebleekte krullenbos bedekt zijn gezicht. Het enige waaraan je merkt dat hij nog bij bewustzijn is, is het opdansen van zijn krulletjes bij elk jammerkreetje.

Ondertussen wacht ik op de artiest die mij van een nieuwe tattoo moet gaan voorzien. Uiteraard heb ik mijn zinnen weer gezet op iemand met sterallures. Hij is al ruim een uur te laat. Als hij eindelijk aan komt zetten, mompelt hij alleen dat hij zich niet goed voelt, neemt zelf plaats in de stoel waar ik in zou moeten liggen en duikt in foetushouding in elkaar. Ik zou pisnijdig moeten zijn, maar daar heb ik de energie niet voor en hij ziet ook daadwerkelijk erg pips om zijn ringbaardje.

De surfdude is klaar. Flirterig en vol trots komt hij zijn nieuwe aanwinst laten zien. Maar hij is zo druk bezig met het zwiepen van zijn haar, dat hij niet lang genoeg stilstaat om te kunnen zien wat er nou op zijn kippenborst getatoeëerd is. Een vage zwartgroene vlek is het enige dat ik zie. Hij wil het ook aan artiest ringbaard laten zien, die inmiddels luid kermend op de stoel ligt. Wat is het toch met al die jankende kerels vandaag? Maar de surfdude lijkt het helemaal niet gek te vinden. Hij gaat met zijn magere lijf gewoon naast ringbaard liggen, slaat zijn arm om hem heen en zegt: ‘Rustig maar, het is bijna over.’

Ik probeer te bedenken wat ik nu moet doen met deze bizarre situatie, terwijl ik een beetje rond loop te drentelen en naar de tattoo ontwerpen kijk die overal in het donkere hok met plakband aan de muur zijn vastgemaakt. Een tattoo kan ik vandaag wel vergeten en ik wil hier nu gewoon zo snel mogelijk weg. Ik draai me om, om aan te geven dat ik wel een andere artiest ga zoeken. Dan zie ik ringbaard ineens overeind schieten. Paniek trek over zijn gezicht. Met wijd opengesperde ogen scheurt hij zijn shirt van zijn lijf, waardoor een belachelijk grote wond zichtbaar wordt die schuin van zijn schouder naar zijn heup loopt, zoals de sjerp van een beauty queen. Zijn mond spert zich open in een stille schreeuw. En dan, breekt hij krakend over die rauwe scheurlijn in tweeën. Hij is hol vanbinnen, als een Russische Matroesjka.

Gillend probeer ik naar buiten te rennen, maar in paniek kan ik de deur niet vinden. Hijgend en gedesoriënteerd wankel ik maar wat door die oh zo kleine ruimte. Is er echt geen deur? Hoe kwam ik dan binnen? Die irritante surfdude staat weer voor mijn neus, dus ik draai me om. Ik bots tegen de bikerdude en ineens staat surfdude weer vlak achter hem. Huh? ‘Rustig maar’, zegt hij. Dan vlechten de krullen van surfdude om zijn gezicht. Ze vormen een raar schubbenpatroon. Grijsgroen. Zijn neus verandert in twee spleetjes, en die bek met tanden! Vanuit een lelijk hagedissengezicht staren de vriendelijke bruine ogen van surfdude ons aan. Hij grijpt de bikerdude, opent zijn bek en stort een lading donkergroene smurrie in een keurige streep van schouder naar heup over hem uit. Bikerdude begint te gillen als een hysterisch meisje. Zijn shirt brandt weg en zijn wegborrelende huid wordt zichtbaar. Surfhagedis zet zijn tanden in de schouder en begint te slurpen. Ik onderdruk de neiging om te vragen of hij niet liever een rietje heeft en schuifel naar achteren, tastend naar die verdomde deur.

Surfhagedis heeft bikerdude leeggezogen en laat hem los. Met een verdwaasd gezicht strompelt bikerdude weg, richting de deur en gaat naar buiten. ‘Hij leeft nog?’ Mompel ik verdwaasd. Surfhagedis kijkt me aan. ‘Ja natuurlijk! Je hebt echt geen idee hoelang mensen als een lege huls rond kunnen blijven lopen.’ Ik kijk naar de deur. Ik wil naar die deur, maar ik kan me niet bewegen. Terwijl ik daar als aan de grond genageld sta, legt surfhagedis geruststellend een knobbelige hand op mijn schouder. ‘Rustig maar’, zegt hij, ‘het is bijna over’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *