Schrijf- en inspiratietips voor beginners waar je direct mee aan de slag kunt!

Misschien ken je het wel: Je bent een beetje aan het browsen, ligt lekker in bad, loopt te winkelen of je staat in de file en ineens heb je een idee voor een verhaal. Zo’n moment van: Huh, waarom is daar nog geen film over? Toch begin je dan meestal niet direct aan een boek te werken. Maar waarom eigenlijk niet? Ik heb zelf zo vaak een idee gehad om er vervolgens niks mee te doen onder het mom: Schrijven, dat kan ik niet. Hartstikke moeilijk en ik weet ook echt niet hoe ik moet beginnen. Maar schrijven is vooral heel leuk, dus voor alle weifelende twijfelende creatieve geesten heb ik hieronder wat tips opgesomd om de 5 grootste moeilijkheden mee te overbruggen.

  1. Gewoon beginnen!
    Het is misschien een beetje een open deur, maar als je niet begint word jouw geniale idee nooit een verhaal of boek. Dus als je een idee hebt, pak pen en papier en schrijf het op. Of ga achter je computer zitten en typ het uit. Het hoeft niet meteen briljant te zijn! Als je er maar mee bezig gaat, wordt het vanzelf een eerste hoofdstuk. En als het begin er eenmaal is, kun je naar hartenlust gaan verzinnen hoe het verhaal verder gaat.
  1. Zorg dat het verhaal ergens heen gaat
    Ok, je begin is er, maar waar gaat het nu naartoe? Als je allerlei losse gebeurtenissen achter elkaar gaat plakken, heb je geen boeiend verhaal. Je begint ook niet aan een hardloopwedstrijd zonder te weten waar de finish is. Zorg daarom voor een duidelijk doel waar je hoofdpersoon naartoe streeft. De held moet bijvoorbeeld de liefde van zijn leven redden, een misdaad oplossen, uitzoeken wie zijn ouders zijn of ontsnappen van een eiland vol draken. Wat het ook is, de hoofdpersoon moet een goede reden hebben om heel gedreven zijn doel na te streven.
  1. Obstakels, tegenwind, trammelant
    Als je een verhaal leest over iemand die zin heeft in taart, naar de bakker loopt om er een te kopen en dan thuis lekker taart gaat zitten schranzen, vind je dat waarschijnlijk een bijzonder saai verhaal. Wat jouw hoofdpersoon ook nastreeft, het moet allemaal niet van een leien dakje gaan! Verzin dus ook een tegenstander, of meerdere tegenstanders en lastige omstandigheden waardoor het nog maar de vraag is of je hoofdpersoon zijn doel gaat halen. Zo hou je aandacht van de lezers vast en het is voor jou als schrijver stiekem ook heel leuk om je hoofdpersoon op papier op zo veel mogelijk manieren dwars te zitten. Dus een verhaal over iemand die zin heeft in taart, maar onderweg naar de bakker wordt overvallen en voor een bus geduwd, dan strompelend op een zwaar gekneusde enkel en met een arm uit de kom in de stromende regen moet bedelen om geld, om 2 minuten voor sluitingstijd eindelijk het bedrag bij elkaar geschooierd te hebben zodat hij een kreupel sprintje moet trekken naar de bakker, die de deur net voor zijn neus op slot draait, waardoor hij zo kwaad wordt dat hij een baksteen door de ruit smijt, waarvoor hij dan wordt opgepakt, maar die agent blijkt toevallig jarig te zijn en vindt zijn verhaal zo sneu dat hij toch een stukje verjaardagstaart krijgt, is dus veel leuker om te lezen.
  1. Onderschat je lezers niet
    Dit vind ik persoonlijk echt een gouden tip. Jouw lezers zijn niet achterlijk (ervan uitgaande dat je geen ‘speciale’ doelgroep op het oog hebt). Je hoeft dingen dus niet tot in de treure uit te leggen. Als lezer wil je toch een beetje geprikkeld worden en het is leuk om actief te moeten nadenken over wat er nou gebeurd is of wat er precies bedoeld wordt. Het is leuker om te laten zien wat je bedoeld, zonder alles helemaal voor te kauwen. Een voorbeeld daarvan is het beschrijven van jouw personage. Stel je voor, jouw hoofdpersoon is een ijdele gladjakker. Dan kun je zijn ijdelheid letterlijk benoemen: Voor Gert de deur uit liep, keek hij ijdel in de spiegel. Toen liep hij tevreden naar buiten. Wat je ook kunt schrijven is: Voor Gert de deur uitliep, bleef hij nog minutenlang voor de enorme spiegel naast de deur staan drentelen om te controleren of de dikke laag gel elke haar nog perfect op zijn plek hield, of er geen verdwaalde stofjes op zijn Armani pak te vinden waren, of zijn schoenen glommen en of hij de kringen onder zijn ogen voldoende had weggevaagd met de camouflagestick. Hij trok zijn schouders naar achteren, duwde zijn borst naar voren en stapte met zijn charmantste glimlach naar buiten. Je zegt niet dat hij ijdel is, je beschrijft zijn handelingen waaruit blijkt dat hij ijdel is. Dit principe wordt ‘show, don’t tell’ genoemd en kan je toepassen op personen, gebeurtenissen, emoties en locaties.

  1. Tijd en inspiratie zoeken
    Iedereen die begint met schrijven loopt wel eens helemaal vast. Hoe nu verder? Hoe krijg je nou nieuwe ideeën? En waar haal je de tijd vandaan? Dit vond ik zelf een veel groter obstakel dan het beginnen zelf! Wachten op inspiratie om dan pas te gaan zitten schrijven, werkt voor mij helemaal niet, doordat ik het meestal gewoon te druk heb met andere dingen (werk, werk, werk, werk, slapen). Schrijftijd plannen is dan je enige optie, inspiratie of niet. Soms moet je gewoon een schrijfblok van drie uur in je agenda vrijmaken, zodat je er echt voor kunt gaan zitten. Zorg dat je niet gestoord wordt en dan komt het verhaal na wat worstelen echt wel op gang.
    .       .Als je al weken lekker bezig bent, maar dan niet meer zo goed weet hoe je verder moet, helpt het soms om het verhaal even los te laten, even iets anders te gaan doen. Ik krijg zelf bijvoorbeeld regelmatig ideeën voor mijn boek, terwijl ik in de trein aan een kort verhaaltje zit te werken dat helemaal niets met dat boek te maken heeft. Schrijf zo’n idee meteen ergens op, zodat je het uit kunt werken zodra je weer een schrijfblok gepland hebt. Ideeën voor mijn korte verhaaltjes haal ik uit dingen die ik op de TV heb gezien, mensen die ik vanaf een zonnig terras heb zitten begluren, dromen en nachtmerries, gesprekken in de wachtkamer, dagdromen of versprekingen en flauwe grappen die gewoon schreeuwen om een gek verhaal.
    .       .Tijdens een schrijfretraite die ik een paar weken geleden heb gevolgd, heb ik ook kennisgemaakt met ‘free writing’. Dit houdt in dat je een timer zet voor 10-15 minuutjes en gewoon begint met schrijven. Maakt niet uit wat. Niet over nadenken, niet herlezen, gewoon schrijven en stoppen als de 10-15 minuten erop zitten. Dit werkt een beetje als warming up voor je hersenen en kan ervoor zorgen dat je in een lekkere schrijfflow komt. Wie weet heb je, nu je er niet zo hard op focust, zelfs een geweldig idee opgeschreven waar je mee verder kunt. En zo niet, flikker je die 10-15 minuten aan hersenspinsels gewoon in de prullenbak!
    .       .Mochten bovenstaande inspiratietips nou niet meer werken, wordt het misschien tijd voor een nieuwe kijk op je eigen werk. Laat het daarvoor aan iemand anders lezen en vraag wat hij of zij ervan vindt en wat er ontbreekt. Of misschien heeft iemand anders een leuke nieuwe inslag om mee verder te gaan. Zo heb ik wel eens wat hoofdstukken aan vrienden laten lezen, om erachter te komen of ik belangrijke hints niet te snel weggeef en of het wel spannend genoeg is. Daarnaast ben ik ook naar de schrijfretraite van Ton Vogels gegaan. In een klein groepje kregen we uitleg over onderwerpen die we zelf als knelpunten hadden aangemerkt en met leuke schrijfoefeningen leer je snel hoe je alle tips meteen kunt toepassen. Daarnaast kregen we ook persoonlijke feedback op vooraf ingeleverd werk. Ik vond het echt bijzonder motiverend en heb er ook hele leuke collega-schrijfgekken mee leren kennen, waar ik hopelijk nog heel lang mee in contact blijf!

Het beginnen, vinden van de verhaallijn en doorzetten waren in het eerste jaar mijn grootste knelpunten. Ik hoop dat mijn tips de start voor andere beginners wat makkelijker maakt. Ik ben ook erg benieuwd naar andermans ervaringen en aanvullende tips, dus laat gerust een reactie achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *