Feuilleton: Het monster onder jouw bed – deel 3

Klik hier voor het voorgaande deel…

Nadat Tik beleefd de koffie had afgeslagen en tegenover mij op een stoel met extra kussens was gaan zitten, begon hij te vertellen. ‘Ik kom van een reizigersvolk. We hebben geen vaste woonplaats. Ooit zullen we vast ergens begonnen zijn, maar niemand weet waar dus eigenlijk komen we nergens vandaan. Misschien zijn we gewoon uit de lucht komen vallen, net als de Sahieren, maar dat is een ander verhaal. We zijn dus altijd onderweg in onze MWOs.’
‘Wacht even’, onderbrak ik hem, ‘MWOs?’
‘Oh ja, Mobiele Woon Omgeving. Echte reizigers dus. We zijn zelfvoorzienend dus wat dat betreft hebben we ook helemaal geen vaste planeet nodig.’
‘Dus jullie verbouwen eten op je ruimteschip?’ Tik glimlachte. ‘Ruimteschip? Wat een prachtwoord. Maar we verbouwen niks, we oogsten alleen.’ Fronsend nam ik nog een slok koffie. ‘Hoe kun je nou iets oogsten als je het niet verbouwt?’
‘Tja, dat doen jullie voor ons.’

Lees verder

Feuilleton: Het monster onder jouw bed – deel 2

Klik hier voor het voorgaande deel…

Nou zijn er allerlei theorieën over graancirkels, maar de meest bekende is toch wel dat ze door buitenaardse wezens worden veroorzaakt. Dan rest alleen nog de vraag waarom een alien cirkels in onze graanvelden zou willen maken. Hebben aliens niks beters te doen? Bestaan ze überhaupt? Ik weet dat ze bestaan, want ik heb ze gezien. En hoe ze graancirkels maken. En waarom. Het monster onder mijn bed heeft het me allemaal laten zien. En waarschijnlijk zal niemand mij geloven, maar dit is een verhaal dat gewoon verteld moet worden. Dus hier komt het.

Lees verder

Feuilleton: Het monster onder jouw bed – deel 1

Nu verwacht je natuurlijk een griezelverhaal over een gruwelijk monster dat zich onder je bed verstopt en midden in de nacht, als jij nietsvermoedend je tenen over de rand van het bed laat bungelen, toehapt. Gegil, enorme tanden die flikkeren in het maanlicht, knappende botten, bloed tegen het plafond, gegrom, slurpgeluiden en de misselijkmakende ijzergeur die zich samen met een donkere plas door de kamer verspreidt…

Maar daar gaat dit verhaal dus niet over.

Lees verder

Kort verhaal: Het Meesterwerk

MegaBite had hem de hele week dwars gezeten. Hij had vuile plannetjes gesmeed, medestanders opgestookt, de power en potions voor zijn neus weggekaapt en uiteindelijk was hij er met de weekbonus vandoor gegaan. Waar hij nu uithing wist Niek niet, maar misschien al wel bij toplevel 60. Nadat Niek zich eindelijk door level 57 geworsteld had, voelde hij zich verscheurd. Hij was blij dat hij eindelijk in de buurt van de top kwam, maar hij baalde omdat het hem alleen gelukt was doordat MegaBite hem voorbij gestreefd was en dus niet meer voor zijn voeten liep.
…..Met een zucht schoof hij achter zijn computer vandaan. Hij was uitgelogd als MasterToBe en zou pas maandag verder gaan met gamen. MeesterMind was zijn leven, maar op zaterdagavond ging hij de pub in met Stan en op zondag op bezoek bij zijn ouders. En nu moest hij eerst wat te eten regelen voor zichzelf en zijn kat Spock.

Stan was er klaar voor. Na een drukke werkweek op het ecologisch adviesbureau had hij vandaag eerst eens heerlijk uitgeslapen, om daarna een stevige wandeling te maken door de weilanden. Eenmaal weer thuis had hij boodschappen gedaan, goed gegeten, iets gemakkelijks aangetrokken en zijn fietslampjes onder een poststapel vandaan getoverd. Hij zou Niek zoals altijd treffen aan de bar. Hij liep de deur uit en ruziede eerst vijf minuten met zijn fiets om het slot eraf en de lampjes erop te krijgen, voordat hij naar de pub kon fietsen.

Niek had een pizza laten bezorgen en zat nu voor de TV te eten. Na langs alle zinloze programma’s gezapt te hebben, was hij op het NOS journaal blijven hangen. Zo kreeg hij toch nog iets mee van de wereld om hem heen. Toen de presentator aan de weersverwachting begon, flikkerde het beeld, en nog eens. Toen viel het uiteen in een gekleurde ruis. Niek wilde opstaan om te kijken of Spock misschien een kabel losgetrokken had, maar toen begon de ruis te kolken, en draaien, draaien, en bleef hij als gehypnotiseerd zitten kijken. Hoe kon dit nou?

Lees verder

Kort verhaal: Stap minus dertien

*
Het plan was om lekker op vakantie te gaan naar een backpack-vriendelijk, zonnig oord. Thailand dus. Lekker eten, feesten, cultuur snuiven en van mijn vrijheid genieten. Stap een: met de zeebries in mijn haren kokosnootcocktails slurpen op een mooi tropisch eiland in het Zuiden.

Het liep helemaal anders. Ik kwam niet verder dan stap nul: vliegen naar Krabi. Ik stapte naar buiten en genoot met gesloten ogen van de tropische warmte op mijn gezicht. Toen ik mijn ogen opende stond een van de vele opdringerige taxichauffeurs al voor mijn neus. Hij reed in zo’n klein busje waar comfortabel zes mensen in passen en waar in Thailand altijd minimaal twaalf mensen ingepropt worden. Of ik zin had om op een heerlijk tropisch oord te verblijven? Hij liet foto’s zien van een prachtvilla op een wit zandstrand, omgeven door palmbomen. Er waren al twaalf andere meiden geïnteresseerd. Dus ik perste me verheugd als nummer dertien in de minibus.

En nu zit ik hier. Bij stap minus tien. Er klinkt geen zeebries, maar gehijg, een snik en verstikt gejammer. Ik hoor een deur opengaan en voel frissere lucht de benauwend hete ruimte in stromen. Voetstappen bonken naar binnen. Ik leun met mijn hoofd achterover tegen de ruwe muur, zodat ik net onder de stinkende lap door kan kijken die als blinddoek fungeert. Ik zie stoffige zwarte legerkisten met daarboven een tot op de draad versleten broek, die misschien ooit groen is geweest. Ik zie de legerkisten over de betonnen vloer ijsberen. Ik zie de andere meiden om me heen zitten. Gekneveld, net als ik. Hun haren met angstzweet aan hun naar de grond gerichte gezichten geplakt. Maar ik zie geen uitweg.

Lees verder

Kort verhaal: Meeuwen voeren in Niemandsland

Een warme bries blaast een verdwaalde lok uit mijn gezicht. Met mijn hand boven mijn ogen tegen de zon, kijk ik omhoog naar de cirkelende meeuwen aan de wolkeloze lucht. Die zijn waarschijnlijk afgekomen op de koekkruimels die van mijn ijshoorntje zijn afgebrokkeld. Om me heen zie ik grasland en bomen in de verte. Maar geen mens te bekennen hier in Niemandsland.

Mijn haar waait terug in mijn gezicht en kietelt mijn neus. Weken geleden zou ik me eraan gestoord hebben, zoals ik me aan alles stoorde. Ik zou gewenst hebben dat die waardeloze wind ging liggen. Daar zouden die rondzwevende meeuwen niet blij mee zijn. Grappig, hoe waardeloos voor de een en waardevol voor een ander. Een aantal meeuwen cirkelen nieuwsgierig lager en lager.

Lees verder

Kort verhaal: Het piekeruur

Niet draaien. Gewoon stil blijven liggen. Auw, zere rug! Toch maar draaien, want dit ligt niet lekker. ‘Ik kan niet slapen’, mopper ik. ‘Ik wel’, fluistert hij terug. ’Ok, trusten…’ Zucht, draai, au, kutrug.

Goed, ontspannen nu, gewoon rustig ademen en aan iets leuks denken. Zoals ijsjes eten in een bubbelbad, verhaaltjes schrijven op verre stranden, film kijken in bed met popcorn, die shitload aan werk die morgen voor me klaarstaat, waarvoor ik eigenlijk om zeven uur al moet beginnen, maar het is nu al na middernacht dus ik ga echt niet voor half zes opstaan. Aaaah nee, leuke dingen, leuke dingen… Werk komt morgen, en overmorgen, en de dag daarna, en de dag daarna, Drukdrukdruk. Draai, au, draai, zucht. Chaos in m’n hoofd.

Lees verder

Kort verhaal: Graainatie

Na een bezoekje aan de fysiotherapeut, die mijn compleet verkrampte rug weer even fijn uit de knoop heeft getrokken, loop ik met mijn mandje zo leeg als mijn maag de winkel in. Ik ben hier om een gezonde lunch te scoren, maar word onmiddellijk afgeleid door de schreeuwerige ‘nu 25% korting’ en ‘1+1 gratis’ posters die mij omringen.

Zoals het een waar kuddedier betaamd slof ik met de meute mee en graai om de tien meter iets uit de schappen met oranje aanbiedingsbordjes. Al wat is afgeprijsd, quasi goedkoop en misschien wel lekker of handig verdwijnt in mijn mandje. Blauwe bessen, dubbelvla, magnetronmaaltijd, poffertjes, chocola, knakworstjes, chips, afwasmiddel…

Lees verder

Kort verhaal: Paniek

Ik word wakker. Het is nog pikkedonker en doodstil, maar ik werd wakker. Waarvan? En dan weet ik het. Ik voel het. Een duistere schaduw glijdt soepel en snel, als een Anaconda, over mijn benen. Dan verder, zwaar over mijn borst naar mijn nek en wikkelt zich daar strak omheen. Mijn hart gonst door mijn lijf en klaarwakker flitsen mijn opengesperde ogen door het donker.

Waarom altijd ik?! Hijgend luister ik naar de rustige ademhaling naast mij en ik word kwaad. Ik ben verdomme ook altijd de lul! Verzin iets vervelends en ik heb er last van! Ik schop uit woeste frustratie met mijn benen en probeer een paar keer diep adem te halen. Maar de Anaconda voelt mijn razende hartslag en wikkelt zich alleen maar strakker om mijn lijf in een claustrofobisch benauwende wurggreep.

Ik krijg helemaal geen lucht meer en snak naar adem. Een snik ontsnapt uit mijn keel en bibberend probeer ik te kalmeren. Ontspannen. Niemand zou het ooit in zijn hoofd halen om dat naar iemand te roepen die ligt te verdrinken: ‘Gewoon ff ontspannen jongen!’ Maar tegen de Anaconda is het de enige oplossing. Ik zucht ik hijg, ik piep, ik woel, ik draai, ik kreun. Dan wankel ik met trillende benen uit bed, zet een paar passen, houd me vast aan de deurpost, weer een paar stappen. Misselijk van inspanning ga ik in de woonkamer voor de TV liggen. Wachtend tot de vlekken niet meer door mijn blikveld dansen. Wachten totdat de Anaconda besluit weg te gaan. Dit wordt een verstikkend lange nacht…