Het Meesterwerk

MegaBite had hem de hele week dwars gezeten. Hij had vuile plannetjes gesmeed, medestanders opgestookt, de power en potions voor zijn neus weggekaapt en uiteindelijk was hij er met de weekbonus vandoor gegaan. Waar hij nu uithing wist Niek niet, maar misschien al wel bij toplevel 60. Nadat Niek zich eindelijk door level 57 geworsteld had, voelde hij zich verscheurd. Hij was blij dat hij eindelijk in de buurt van de top kwam, maar hij baalde omdat het hem alleen gelukt was doordat MegaBite hem voorbij gestreefd was en dus niet meer voor zijn voeten liep.
…..Met een zucht schoof hij achter zijn computer vandaan. Hij was uitgelogd als MasterToBe en zou pas maandag verder gaan met gamen. MeesterMind was zijn leven, maar op zaterdagavond ging hij de pub in met Stan en op zondag op bezoek bij zijn ouders. En nu moest hij eerst wat te eten regelen voor zichzelf en zijn kat Spock.

Stan was er klaar voor. Na een drukke werkweek op het ecologisch adviesbureau had hij vandaag eerst eens heerlijk uitgeslapen, om daarna een stevige wandeling te maken door de weilanden. Eenmaal weer thuis had hij boodschappen gedaan, goed gegeten, iets gemakkelijks aangetrokken en zijn fietslampjes onder een poststapel vandaan getoverd. Hij zou Niek zoals altijd treffen aan de bar. Hij liep de deur uit en ruziede eerst vijf minuten met zijn fiets om het slot eraf en de lampjes erop te krijgen, voordat hij naar de pub kon fietsen.

Niek had een pizza laten bezorgen en zat nu voor de TV te eten. Na langs alle zinloze programma’s gezapt te hebben, was hij op het NOS journaal blijven hangen. Zo kreeg hij toch nog iets mee van de wereld om hem heen. Toen de presentator aan de weersverwachting begon, flikkerde het beeld, en nog eens. Toen viel het uiteen in een gekleurde ruis. Niek wilde opstaan om te kijken of Spock misschien een kabel losgetrokken had, maar toen begon de ruis te kolken, en draaien, draaien, en bleef hij als gehypnotiseerd zitten kijken. Hoe kon dit nou?

Lees verder

Stap minus dertien

*
Het plan was om lekker op vakantie te gaan naar een backpack-vriendelijk, zonnig oord. Thailand dus. Lekker eten, feesten, cultuur snuiven en van mijn vrijheid genieten. Stap een: met de zeebries in mijn haren kokosnootcocktails slurpen op een mooi tropisch eiland in het Zuiden.

Het liep helemaal anders. Ik kwam niet verder dan stap nul: vliegen naar Krabi. Ik stapte naar buiten en genoot met gesloten ogen van de tropische warmte op mijn gezicht. Toen ik mijn ogen opende stond een van de vele opdringerige taxichauffeurs al voor mijn neus. Hij reed in zo’n klein busje waar comfortabel zes mensen in passen en waar in Thailand altijd minimaal twaalf mensen ingepropt worden. Of ik zin had om op een heerlijk tropisch oord te verblijven? Hij liet foto’s zien van een prachtvilla op een wit zandstrand, omgeven door palmbomen. Er waren al twaalf andere meiden geïnteresseerd. Dus ik perste me verheugd als nummer dertien in de minibus.

En nu zit ik hier. Bij stap minus tien. Er klinkt geen zeebries, maar gehijg, een snik en verstikt gejammer. Ik hoor een deur opengaan en voel frissere lucht de benauwend hete ruimte in stromen. Voetstappen bonken naar binnen. Ik leun met mijn hoofd achterover tegen de ruwe muur, zodat ik net onder de stinkende lap door kan kijken die als blinddoek fungeert. Ik zie stoffige zwarte legerkisten met daarboven een tot op de draad versleten broek, die misschien ooit groen is geweest. Ik zie de legerkisten over de betonnen vloer ijsberen. Ik zie de andere meiden om me heen zitten. Gekneveld, net als ik. Hun haren met angstzweet aan hun naar de grond gerichte gezichten geplakt. Maar ik zie geen uitweg.

Lees verder

Meeuwen voeren in Niemandsland

Een warme bries blaast een verdwaalde lok uit mijn gezicht. Met mijn hand boven mijn ogen tegen de zon, kijk ik omhoog naar de cirkelende meeuwen aan de wolkeloze lucht. Die zijn waarschijnlijk afgekomen op de koekkruimels die van mijn ijshoorntje zijn afgebrokkeld. Om me heen zie ik grasland en bomen in de verte. Maar geen mens te bekennen hier in Niemandsland.

Mijn haar waait terug in mijn gezicht en kietelt mijn neus. Weken geleden zou ik me eraan gestoord hebben, zoals ik me aan alles stoorde. Ik zou gewenst hebben dat die waardeloze wind ging liggen. Daar zouden die rondzwevende meeuwen niet blij mee zijn. Grappig, hoe waardeloos voor de een en waardevol voor een ander. Een aantal meeuwen cirkelen nieuwsgierig lager en lager.

Lees verder

Stil verdriet

Het ziet er een beetje uit als een mol. Zwart, klauwtjes, tandjes en een spitse neus. Je ziet mollen zelden aan het oppervlak, maar daaronder wroeten ze er ijverig op los. Zwarte schrapers in je binnenste. Schrapend, friemelend, gravend en knagend tot je geen hart meer hebt. Alleen een zwart gat. Met een zwart friemelbeest erin.

Lees verder

Tattoo met een bijsmaakje

Ik weet niet of ik erom moet lachen of me er dood aan ergeren. Schuin tegenover mij zit een of andere magere surfdude. Hij loopt alsof hij een bodybuilderslijf heeft en gaat nonchalant in de stoel hangen om zijn ‘awesome’ tattoo ter hoogte van zijn borstspier te laten prikken. Borstspier? Ik zie hem niet. Is hij überhaupt 16? Vanaf het moment dat de tatoeëerder, een beer van een bikerdude, zijn tattoogun zoemend aanzet, verschijnt er een gepijnigde uitdrukking op zijn toch niet zo stoere gezicht.

Inmiddels ligt surfdude als een dame in katzwijm achterover in de zwarte stoel met zijn hoofd opzij weggedraaid. Zijn door de zon gebleekte krullenbos bedekt zijn gezicht. Het enige waaraan je merkt dat hij nog bij bewustzijn is, is het opdansen van zijn krulletjes bij elk jammerkreetje.

Ondertussen wacht ik op de artiest die mij van een nieuwe tattoo moet gaan voorzien. Uiteraard heb ik mijn zinnen weer gezet op iemand met sterallures. Hij is al ruim een uur te laat. Als hij eindelijk aan komt zetten, mompelt hij alleen dat hij zich niet goed voelt, neemt zelf plaats in de stoel waar ik in zou moeten liggen en duikt in foetushouding in elkaar. Ik zou pisnijdig moeten zijn, maar daar heb ik de energie niet voor en hij ziet ook daadwerkelijk erg pips om zijn ringbaardje.

Lees verder

Rozengeur en Maneschijn (kinderverhaaltje)

Er was geen betere plek om de put in te kijken dan vanaf haar roze wolk. Zon draaide zich lekker op haar buik en friemelde met haar blote teentjes door de roze fluf. Haar lange blonde haar wapperde in de wind, terwijl ze nieuwsgierig over de rand gluurde. Heel diep onder zich zag ze het Zwarte Land. Hier woonden de raven in de dorre bomen. En tussen die bomen stond een put. Haar wolk dreef hier vaak overheen en als ze recht boven de put bleef zweven, kon ze helemaal naar de donkere bodem kijken. En op die bodem zat haar vriendinnetje Maan.

Lees verder

Schrijf- en inspiratietips voor beginners waar je direct mee aan de slag kunt!

Misschien ken je het wel: Je bent een beetje aan het browsen, ligt lekker in bad, loopt te winkelen of je staat in de file en ineens heb je een idee voor een verhaal. Zo’n moment van: Huh, waarom is daar nog geen film over? Toch begin je dan meestal niet direct aan een boek te werken. Maar waarom eigenlijk niet? Ik heb zelf zo vaak een idee gehad om er vervolgens niks mee te doen onder het mom: Schrijven, dat kan ik niet. Hartstikke moeilijk en ik weet ook echt niet hoe ik moet beginnen. Maar schrijven is vooral heel leuk, dus voor alle weifelende twijfelende creatieve geesten heb ik hieronder wat tips opgesomd om de 5 grootste moeilijkheden mee te overbruggen.

Lees verder

Zelfs Jezus…

Daar zat ze dan, in de meest comfortabele stoel ooit. Mocht ze ooit nog de kracht vinden om op te staan uit deze stoel, moest ze er eigenlijk een aanschaffen voor thuis. Thuis, de plek die thuis niet meer was. De plek waar ineens een kamer over was. Een kamer die ze volgens sommigen maar snel opnieuw moest inrichten, er een fijne bibliotheek van maken bijvoorbeeld. Daar zou deze stoel echt perfect in passen. Maar dat huis was haar thuis niet meer. Anders was ze daar nu wel.

Nu zat ze hier, uit te kijken op een wastafel met een strenge rechthoekige spiegel erboven. Ernaast stond een klein tafeltje strak tegen de muur, met een vrolijk gekleurd kleedje erop. En alsof iemand had bedacht dat zoiets vrolijks buitengewoon ontoepasselijk was in haar situatie, stond er ter compensatie een pikzwarte stoel voor. De stoel waarop ze niet wilde zitten. Want vanaf die stoel kon ze nergens anders heen kijken dan dat schilderijtje aan die muur. Een prent van moeder met kind. Woest veegde ze de opwellende tranen uit haar ogen.

Lees verder

Alice in tietenland

Als iemand hem tien jaar geleden verteld zou hebben dat het mogelijk is om je ballen terug te duwen naar waar ze vandaan kwamen, dan had hij diegene voor gek verklaard. Maar hier stond hij dan, met zijn ballen in zijn buik en de rest van het zaakje zorgvuldig naar achteren getapet. Alex, vanavond Alice, was van zijn pauze aan het genieten tijdens een drukbezochte travestietenshow. Nouja, genieten was misschien niet helemaal het juiste woord. Hij leunde tegen de deurpost van de artiesteningang om een sigaretje te roken. Zitten was namelijk nogal oncomfortabel met zijn gecamoufleerde bobbel. Even zijn blaas legen was er ook niet bij, want dan moest eerst alles weer voorzichtig los, om de inmiddels broeierige plakbende na het plassen weer terug te frummelen en met nog meer tape op zijn plek te plakken. En omdat hij zijn intieme delen nu al langer dan een week niet geschoren had, zou het verwijderen van de tape ook niet bepaald soepel gaan. Nee, plassen was vragen om huiduitslag.

Lees verder

De kalvende kalfjes

Het is een prachtige zonnige dag en ik stamp vrolijk in mijn blauwe overal en kaplaarzen door het weiland. De boer heeft me gevraagd te helpen, want er staan meerdere koeien te bevallen. Het gaat druk worden. Ik ben dolgelukkig met mijn kans om de dokter Pol uit te hangen, dus vandaar mijn vrolijkheid in dat zonnige weiland in mijn belachelijk schone overal.

Ik nader de houten schuur, waar zo te horen al druk gekalfd wordt. Stemmen roepen naar elkaar en een koe staat driftig te loeien. Als ik de schuur binnenstap zie ik vier koeien op een rijtje in stalen hokken staan, hun achterste mijn kant op gericht. Er hangt een geur die ik niet goed kan thuisbrengen. De boer is, samen met een collega, druk in de weer met koe nummer twee, waar twee hoefjes en een neusje al naar buiten piepen. Het zonlicht valt in strepen tussen de houten muren door en verlicht het ronddansende hooistof.

Het kalfje glibbert ineens naar buiten en valt met een smak in het hooi. De boer blaft dat ik daarvoor moet zorgen, terwijl hij zijn arm alweer in de volgend koe steekt om te kijken hoever zij is. Ik kijk hoe het kalfje opstaat. Huh, dat is wel heel snel. Voor mijn ogen droogt het kalfje in een paar seconden op en groeit snel, tot hij twee keer zo groot is als een minuut of drie geleden. Ik stond erbij en keek ernaar. ‘Zet hem vast, snel!’ Gromt de boer me toe en met een vluchtig hoofdknikje wijst hij me op de grote stalen gevaartes aan de andere kant van de schuur. Ze lijken op de grijpers van grote machines die je wel eens op een bouwterrein ziet staan. Er staat een grote witte plastic emmer naast. Besmeurd met bloed.

Lees verder