Kort Verhaal: Boven het hoofd

Met een harde klik draaide de sleutel om en de deur zwaaide kreunend open. Lise stapte de hal in, op de voet gevolgd door Aad. Zijn vingers streelden kort de ring die haar hand sinds 2 maanden sierde en haar mondhoeken krulden voorzichtig op. Aad keek haar vragend aan. ‘Binnenpretje.’
……..Ze was nog niet gewend aan het idee dat dit nu hun eigen huis was. Een echt droomhuis! Nou ja, het zou een droomhuis worden zodra de verbouwing erop zat. Van boven uit het huis klonk een radio, overstemd door harde bonken.
‘Goedemorgen!’ Tetterde Aad naar boven. ‘Morgen!’ Galmde het naar beneden. De geur van koffie lokte Lise naar de keuken, terwijl Aad direct naar boven ging om de planning van de dag met de aannemer door te spreken.

‘Dat moet dan maar.’ Lise, die met haar koffie ook naar boven was gelopen, keek vragend naar Aad. ‘Ja Onno zegt dat de vloer raar oploopt daar.’ Hij wees naar een hoek in de slaapkamer die zeer binnenkort badkamer zou zijn. ‘Er lijken wat planken niet goed te liggen en we kunnen maar beter even controleren hoe dat komt.’ Lise haalde haar schouders op. ‘Ja ok. Ik ga hiernaast behang trekken zodra ik m’n koffie op heb.’
……..Lise zat met haar halfvolle bekertje koffie in de vensterbank naar buiten te staren, genietend van het herfstzonnetje op haar gezicht. Met elke teug klonk een rusteloze tik uit de verwarming. Daar moesten ze toch ook nog eens wat aan doen. Een wolk schoof voor de zon. De kamer leek meteen weer het kille kale klushok dat het eigenlijk ook was. De geur van stof, hout en lijm werd even weggezucht door een bedompte tochtvlaag, die de haartjes op haar armen overeind deed staan.
……..Een luid sissend geluid deed haar opschrikken. Het stoomapparaat werd eindelijk warm genoeg en het hete water baande zich een weg naar buiten. Snel goot ze de laatste slok koffie naar binnen en klom met een plamuurmes in de ene en het stoomapparaat in de andere hand de huishoudtrap op. Ze zette het op de muur. ‘AAAAAAAAHHHHRRGGG!’ Ze liet het ding vallen en viel bijna van de trap af. Onno riep: ‘Jezus, neeee, God NEE!’

Onno had veel passie voor zijn werk, maar zo opgewonden had hij nooit geklonken als hij weer een prutsstukje beunvlijt van de vorige huiseigenaren had blootgelegd. Fronsend haastte Lise zich de hoek om en ook Aad, die in de kelder een en ander was gaan slopen, kwam meteen naar boven gerend. Onno stond lijkbleek met zijn rug tegen het raam, naast een nieuw gat in de vloer. Voor hem op de grond lagen vlekkerige bruine scherven en stof. ‘Wat sta je nou te schreeuwen?’
‘Kijk dan!’ Onno wees naar de grond. ‘Dat lag onder de vloer!’
‘Een vaas?’ gokte Aad. ‘Ik doe even een lamp aan, het is stikdonker hier.’ Lise keek naar buiten en zag dat de snoezige schapenwolkjes waren verdreven door een grote boze wolfstorm. Het licht sprong aan en ze porde met haar sneaker wat tegen de als een puzzel uitgestalde scherven, in haar hoofd een en ander bij elkaar passend.
‘Ik zag niet wat het was tot ik het in mijn handen had.’ Stamelde Onno. ‘En toen liet ik het vallen.’
‘Een schedel! Fuck, het is een schedel!’
‘Was’, piepte Onno.
Met een luid geknal scheurde de eerste bliksemschicht door de hemel. Het licht viel uit. Regen kletterde tegen de ramen. De wolf was daar.

Een half uur later stopte de eerste politieauto voor de deur. Nog een half uur later stond een compleet rechercheteam in hun toekomstig droomhuis. De regen was overgegaan in hagel en kletterde overdonderend op de autodaken. Onno ging maar naar huis, want van verbouwen zou die dag niets meer komen. Meer planken werden losgetrokken en een (op het hoofd na) compleet skelet werd onthuld in de felle lampen die het rechercheteam geplaatst had. Lise en Aad baalden van het hele geouwehoer, maar morgen zouden ze volgens planning door kunnen werken. Er werd niet op gerekend dat de identiteit van het slachtoffer werkelijk opgelost zou worden. Oud huis, oude geheimen.

De volgende dag kwamen Lise en Aad weer het huis in om verder te werken. Aan het gerommel boven te horen was Onno ook weer aan de slag gegaan.
‘Goeiemorgen!’ riep Aad en hij liep meteen weer de trap op. Zonder verse koffie rook het muffig in huis. Terwijl Lise in de weer ging met het koffiezetapparaat, hoorde ze boven Aad rondlopen. Hissend kwam het apparaat tot leven en Lise liep ook de trap op. ‘Waarom is het hier nog zo donker?’ Aad stak zijn hoofd om de badkamerdeur. ‘Geen stroom. En ook geen Onno.’
‘We hebben wel stroom. Het koffiezetapparaat doet het gewoon.’
‘Dan is de lamp doorgebrand. Ik zal hem zo vervangen.’
‘En Onno is er niet? Wat was dan net dat gebonk boven?’
‘Geen idee. De ramen en deuren zaten allemaal dicht. Ik ga Onno bellen.’
……..Na de koffie ging Lise verder in de kamer waar ze de dag ervoor had willen beginnen. De trap stond nog in de uiterste hoek bij het raam op haar te wachten. Na een paar minuten opwarmen, klom ze weer met het stoomapparaat de trap op. De warme damp sloeg in haar gezicht, elke keer dat ze het ding van de muur haalde om te gaan krabben. Het teddybeertjesbehang kwam in lange kleffe stroken van de muur af.
……..Beneden hoorde ze een deur en voetstappen. Dat zou Onno eindelijk zijn. Ze keek even naar buiten, maar zag het welbekende witte busje niet in de straat staan. Ze verplaatste de huishoudtrap een meter en klom er weer op. De voetstappen kwamen nu de trap op. Ze hoorde hoe de slaapkamerdeur licht piepend openging en met een droge tik tot stilstand kwam tegen de aanliggende muur. Ze draaide zich half om richting die hoek van de kamer. ‘Hey Onno, ben je daar einde…’
……..Niemand.
……..Ze keek de kamer door. Lag het aan haar of was het ineens een stuk donkerder? En kouder. IJskoud. Vreemde schaduwen leken over de muur te golven. Ze knipperde een paar keer met haar ogen. Misschien moest ze even iets stevigers ontbijten.
……..De deur bewoog weer. Achter het ruitje in de deur zag ze niets dan intense duisternis. Lise tuurde, ineens gespannen. Probeerde Onno haar voor de gek te houden? Plots knalde de deur keihard dicht en het ruitje schoot in een explosie van glas door de kamer. Met een gil viel ze van de trap af. Een scherpe pijn schoot door haar arm toen die in een van de glasscherven belandde. Ze keek naar de deur. Haar hart bonkte alsof het zich een weg naar buiten probeerde te beuken.
……..En toen zag Lise haar. Een vage gedaante, in een lange donkerrode jurk. Haar magere witte arm uitgestrekt tegen de deur. Lise’s adem stokte. Een krassend geschreeuw vulde de kamer, terwijl de spookdame langzaam naar voren gleed, uit de schaduw. Waar haar hoofd had moeten zitten was niets dan duisternis. Het leek alsof een band zich strak om haar borstkas sloot. Het geschreeuw werd luider. De kamer leek te schommelen. Lise schuifelde op haar ellebogen naar achter en kwam met haar arm op de stoomplaat terecht. Ze gilde, eerst van pijn, maar ze kon niet meer stoppen. De paniek gierde door haar lijf en bleef via die gil naar buiten kolken. Maar haar geluid kwam niet boven het bulderende gekrijs van de hoofdeloze spookvrouw uit. Met grote ogen tuurde ze door de stoom die haar omringde. En toen vloog de gedaante razendsnel op Lise af.

Aad had haar krijsend naast de huishoudtrap gevonden, omringd door glas. Ze had een paar flinke blaren van het stoomapparaat, waar ze hysterisch mee om zich heen had zitten zwaaien. Een grote scherf stak uit haar arm. Het had minutenlang geduurd voor ze Aad herkende en enigszins kalmeerde. Hij had haar naar de woonkamer begeleid en op een stoel gezet waar ze trillend als een rietje naar haar frummelende vingers had zitten staren. ‘Nu heeft ze dus geen hoofd meer…’ Aad drukte haar bezorgd tegen zich aan. ‘Wat is er nou gebeurd? Waar heb je het in godsnaam over? Ben je gevallen? Waarom is dat ruitje stuk?’
‘Geen hoofd. Ik denk dat ze haar hoofd terug wil Aad.’

Na twee dagen rust voelde Lise zich beter. Haar arm was gehecht en zat in verband. De blaren op haar andere arm waren aan het genezen. De arts had het hele voorval geweten aan een virus, vermoeidheid en spanning. Ze moest gewoon geflipt zijn toen de deur door een tochtvlaag dichtgevallen was. Toch gingen de haren in haar nek overeind staan toen ze weer voor het huis stond. Zag ze daar nou een schaduw bij het raam bewegen? Weifelend bleef ze op de stoep staan, haar blik naar het raam gericht. Een schaduw bewoog links van haar en ze sprong geschrokken opzij! Een kraai keek haar brutaal aan. Jezus… Lise zuchtte eens diep, probeerde haar hartslag weer tot bedaren te krijgen. Ze keek weer naar boven. De schaduw was weg. ‘Kom op’ , sprak ze zichzelf moed in, ‘niks aan de hand, nu gewoon naar binnen gaan’.

Een uurtje later stond Lise behendig de roller van voor naar achter over het plafond te trekken. Door de verfbak, en weer van voor naar achter, voor, achter. Zrrrrrf, zrrrrrf, zrrrrrf. Het klonk alsof er honderden minizuignapjes op de roller zaten, die allemaal met zacht krakende geluidjes vastzogen en loskwamen terwijl de roller over het plafond scheerde. Zweetdruppeltjes prikten in haar nek. Lise vond het klusje een vorm van meditatie. Er bestonden geen duistere geheimen, geen spookdames zonder hoofd, geen schedel die schreeuwde om haar verhaal te vertellen. Er bestond alleen zrrrrrrf, zrrrrrf, zrrrrrf, het geluid van een radio ergens in huis, de verfspatjes op haar gezicht en de kramp tussen haar schouderbladen.
……..Ze zette de roller even aan de kant om haar rug te rekken en strekken. Er klonken weer een paar luide tikken uit de verwarming. Daar hadden de heren blijkbaar nog geen tijd voor gehad. ‘Ik zet effies koffie!’ Tetterde Onno door het huis. Ach, eigenlijk had ze ook wel zin in koffie. ‘Aad, kom jij ook een bakkie doen?!’ Riep ze naar beneden. Hij had de radio luid aanstaan en zat lekker mee te zingen. ‘AAAD!’
‘Jaja, sorry, ik tegel eerst deze muur even af!’

Lise plofte neer. ‘En hoe gaat het bij jou?’
‘Ik was van plan zo even de nieuwe leidingen in de badkamer te testen en daarna het water weer af te sluiten.’ Begon Onno. ‘Dan koppel ik de nieuwe radiator in de badkamer ook nog even aan voor de leidingen onder de vloer verdwijnen.’
‘Oh top. Zou je daarna even goed willen controleren dat er geen luchtbellen meer in de leidingen zitten? Er klinkt de hele tijd zo’n getik vanuit de verwarmingsbuizen.’
’Waar dan? Ik heb niks gehoord.’
‘Overal eigenlijk.’
‘Hmmm, ik zal erop letten, maar volgens mij valt t wel mee met dat tikken.’
Op dat moment klonken er drie luide tikken uit de verwarming in de keuken.
‘Dat dus.’
‘Ach, dat is gewoon jullie huisspook’, grapte Onno.
‘Hmm, heel grappig’, mompelde Lise zuur.

Ze stond op om haar papieren bekertje weg te gooien. ‘Tijd om weer verder te gaan.’ Het indringende gezoem van een appje doorbrak de stilte. Ze zocht haar telefoon om te kijken wie haar een berichtje stuurde, toen ze zich realiseerde hoe stil het nu eigenlijk was. Er klonk geen radio meer en Aad was gestopt met zingen. Ze stopte de telefoon weg en liep naar de keldertrap.
……..‘Hey babe, ben je klaar met de nieuwe wand?’ Haar stem kaatste trillend naar beneden, de kale ruimte in. Met elke voorzichtige trede kringelde het bouwstof rond haar benen.
‘Misschien moet je de lichten aan doen. Als je in die schemer zit te werken gaan je ogen eraan hoor.’ Haar ogen flitsten door de hele ruimte, maar ze zag niemand. De nieuwe muur die Aad aan het tegelen was geweest was voor iets meer dan de helft af. Het was hier koud en ze voelde een vage tocht langs haar wangen. De schaduwen werkten op haar zenuwen. Eenmaal beneden liep ze haastig langs de muur, met haar vingers tastend naar de lichtschakelaar. Hij klikte droog toen ze hem omzette, maar er gebeurde niks. Haar nekspieren verstrakten. ‘We hebben weer geen stroom Onno!’ Riep ze. Wat klonk haar stem raar. Ze voelde haar hartslag weer tekeergaan. Probeerde niet te hijgen.
……..‘Gewoon een huis, spoken bestaan niet’. Maar ze geloofde haar eigen schrille woorden niet. Ze draaide zich met een ruk om en begon resoluut terug te lopen. Een krakend geluid uit de verste hoek van de ruimte trok haar aandacht, ze vertraagde haar pas en keek, maar zag niets dan schaduwen. Ze haastte zich nu naar de trap, sneller, het donker kwam weer dichterbij, God rennen! Schaduwen klauwden naar haar enkels terwijl ze naar adem snakkend de treden op sprintte. Eenmaal boven knalde ze de deur met en klap achter zich dicht.
……..‘Onno!’ Trillend leunde ze met haar rug tegen de deur. Het gevoel dat er aan de andere kant ook iets tegen de deur stond, verstijfde haar. ‘Hey, waar zijn jullie?!’ De WC deur tegenover haar zwaaide open en ze slakte een gil. ‘Ik ben hier hoor. Rustig!’ Onno keek haar bezorgd aan. ‘Gaat het wel? Wat is er aan de hand?’ Lise zuchtte diep. Wat was er met haar aan de hand? Liep ze zich nou aan te stellen? ‘Je ziet lijkbleek. Is er iets gebeurd?’
‘Nee hoor, niks. Nog wat moe, ik schrok, dat is alles.’ Antwoordde ze. ‘Heb je Aad misschien gezien? Hij is niet meer beneden.’
‘Oh, nee. Misschien is hij vast verse broodjes aan het scoren voor de lunch?’
‘Zonder even wat te zeggen? Hmmm, dat is eigenlijk wel wat voor hem ja.’
‘Iets anders’, begon Onno, ‘we hebben weer een tegenvallertje. Kom je even mee naar boven?’
……..Onno wees naar de pijpen die de afvoer van hun toilet, wastafel en douche moesten gaan worden. ‘Ik heb er water door gegooid om te kijken of het ergens lekt. Het lekt niet, maar weglopen doet het ook niet. Het zit ergens goed verstopt.’ Lise zag inderdaad dat alles tot bovenaan vol stond met water. ‘Ik ben bang dat het die oude gietijzeren rioolpijp in de kelder is. De rest is nieuw.’
‘En we hebben ook geen stroom.’
‘Jawel hoor, kijk, de keukenlamp is gewoon aan.’
‘Weer een lamp gesprongen dan.’
‘Voel je je goed genoeg om me even te helpen die zware rioolpijp te vervangen?’
‘Ja, ja tuurlijk, komt goed.’

Twee uur later hadden Onno en Lise samen de oude rioolpijp in stukken gezaagd en naar de achtertuin gezeuld. ‘Jezus wat een drekzooi.’ Onno krabde in zijn nek. ‘Geen wonder dat het water niet wegliep. Ik snap niet dat we hier niet eerder op gestuit zijn. Die pijp zit echt helemaal dicht.’ Lise knielde voor de pijpen. ‘Wat is dit in godsnaam?’ Met haar gehandschoende hand trok ze een witte brok uit de pijp. ‘Dat zijn waarschijnlijk zeepresten.’ Ze porde in het stuk pijp ernaast. Een roodbruine pulp kwam los. ‘Dat lijkt wel roest. Of misschien bladpulp. De dakgoten komen ook in deze rioolbuis uit.’
‘Ja er zitten ook takken tussen. Kijk hier.’ Ze trok aan bruin uitstekend stukje. Het gaf een beetje mee, maar was groter dan ze gedacht had. Met een flinke ruk trok ze de hele tak los. Ze veegde er wat troep af.
Onno gaf een schreeuw en deinsde achteruit.
Lise gooide de ‘tak’ van zich af. Het bot was nog bedekt met flarden vlees. En waren dat vinger? Toen zag ze de ring. Die ring herkende ze meteen. Ze had hem nota bene zelf om Aads vinger geschoven.

De eerste politieauto stond dit keer binnen vijf minuten voor de deur. Nog geen tien minuten later stond een compleet rechercheteam in haar nachtmerriehuis. Onno ging maar naar huis, want van verbouwen zou daar nooit meer iets komen.
……..Lise stond met een deken om haar schouders geslagen bij de politieauto, met tranen in haar ogen te kijken hoe Aad als losse puzzelstukken in lijkzakken werd afgevoerd. Toen een agent met een ernstig gezicht haar kant op kwam lopen, wist ze al wat ze te horen zou krijgen. ‘Mevrouw, is er al iemand voor u gebeld? Familie, vrienden?’
‘Ze zijn onderweg, mijn zus en haar man. Ze kunnen hier elk moment zijn.’
‘Goed, dat is goed.’ De agent sloeg zijn armen over elkaar, stak ze toen weer in zijn zakken, liet ze vervolgen toch maar weer naast zijn lichaam hangen. Lise keek hem aan. ‘Zeg het maar gewoon.’
Na een korte stilte zuchtte de agent: ‘De honden worden ingeschakeld. We hebben namelijk niet, eehhm…’ Hij wroette door zijn haar. ‘…alles gevonden.’ Lise keek hem met droeve ogen aan. ‘Ze heeft zijn hoofd meegenomen hè?’

Boekrecensie: Het boekenweekgeschenk 2018 van Griet op de Beeck

Sinds vorig jaar wil ik er een gewoonte van maken elk boekenweekgeschenk te bemachtigen. Niet dat ik het schrijfsel van Herman Koch nou zo leuk vond vorig jaar. Zeer zeker niet. Waarom dan wel? Ten eerste omdat ik houd van cadeautjes. Ten tweede omdat het een dagje gratis treinen oplevert. Ten derde omdat het een mooie gelegenheid is om een nieuwe auteur te leren kennen. Dit jaar mochten we met Griet op de Beeck kennismaken. Zij schreef Gezien de feiten en ik ben enthousiast! In deze recensie leg ik uit waarom.

Omslag boekenweekgeschenk 2018: Gezien de feiten, Griet op de Beeck

Het boek gaat over Olivia, een vrouw op leeftijd, wiens dominante man, na bijna vijftig jaar huwelijk, overlijdt. In plaats van intens verdrietig te zijn, voelt ze zich vooral heel erg opgelucht. Maar dat is natuurlijk ongehoord! Vooral haar dochter Roos wakkert Olivia’s schuldgevoel volslagen tactloos aan: ‘Zijt gij papa dan zomaar vergeten?’. Maar Olivia maakt haar eigen keuzes en vertrekt naar Afrika om een paar weken les te geven aan getraumatiseerde kinderen. Roos d’r reactie: ‘Ik vraag me af: is dit wat een moeder die van haar dochter houdt zou doen?’.
……….In Afrika leert ze Daniel kennen: Een prachtige zwarte man, ook weduwnaar, die van mening is dat het leven te kort is om je keuzes door angst te laten beïnvloeden, in plaats van vol te gaan voor wat je echt wilt. Je kunt je wel voorstellen voor welke moeilijke situaties, vooroordelen (‘Ge weet toch dat de mannen daar en kwalijke reputatie hebben.’), risico’s en keuzes Olivia komt te staan zodra ze verliefd wordt op deze man. Zeker als hij een paar maanden bij haar thuis komt logeren. Of als ze aangeeft de relatie serieus voort te willen zetten.

Naar mijn mening is dit boekje heerlijk luchtig geschreven. En dat is knap, als je bedenkt hoeveel zware onderwerpen aan bod komen: het overlijden van een echtgenoot (en vader), de onvervulde kinderwens van Roos en haar man, de heftige problematiek in bepaalde ontwikkelingslanden en de vooroordelen in ons toch niet altijd zo ruimdenkende landje. Dit boek laat je fronzen om de herkenbare, ongemakkelijke situaties (‘Het baasje stond er ongeïnteresseerd naar te kijken en liet de reus omstandig plassen, vlak naast haar vensterbank.’) of de mooi beschreven geluksmomentjes (‘Sinds hem, met hem, wílde ze zo graag. De dagen opeten.’). Aan de andere kant laat het je nadenken over de rationale achter belangrijke, misschien de belangrijkste, keuzes die je in je leven kunt maken.

Helaas bleek niet iedereen zo enthousiast. De NRC beschrijft het verhaal met termen als ‘onbeholpen’, ‘gejakker’ en ‘clichés’. Thomas de Veen (het is zijn recensie) lijkt te denken dat de boodschap van deze novelle is dat alles altijd maar moet lukken, zolang je jezelf trouw blijft. Volgens mij heb je het dan gewoon niet helemaal begrepen. En als je dan gaat lopen klagen dat er te veel wordt benadrukt dat alles lukt, maar te weinig wordt uitgelegd hoe dat lukt… Tja, dan is een zelfhulpboek misschien meer jouw ding.

De Groene Amsterdammer laat zich ook verre van positief uit over dit boekenweekgeschenk. Het grote verschil met de NRC is dat hier toch wat betere argumenten worden aangedragen. De personages zijn misschien wat ‘over-expliciet’, inderdaad. En nee, Griet op de Beeck heeft niet de schrijfstijl van Wieringa of Koch. En daar mag je je van mij ook best aan storen. Maar dat maakt het niet meteen slecht.

Kortom, ik vind Gezien de feiten een prachtig boekje over nieuwe kansen, jezelf zijn, het nemen van risico’s, liefde en het (on)belang van andermans bevooroordeelde mening. Het leest heel soepel weg. Gedachten die velen te ongepast vinden om uit te spreken, staan hier gewoon zwart op wit. Ik heb tijdens het lezen regelmatig zitten grinniken om de nuchtere kijk op gênante situaties. Aan de andere kant zet dit verhaal aan het denken. Hebben wij zelf onze feiten wel op een rijtje?

Kort verhaal: Het beste vermaak

Een aangenaam briesje doet zijn best om het haar van mijn plakkerige voorhoofd te blazen. Na een paar uur hossen in dat hete volgestampte busje, sta ik eindelijk over dit groteske landschap uit te kijken. Hard, maar prachtig; Zoals we de natuur kennen. Ik voel hoe mijn zorgen en frustraties door de wind worden meegenomen.
……….Ik rek me lekker uit. Wervels knappen uit hun kreukels en mijn nek kraakt bezwaard. Lief lijf, wat doe ik je soms aan? En dat allemaal voor een klus. Een artikel over een circusshow, ergens weggestopt in een bergdorp in Azië, dat in geen reisfolder te vinden is. Maar het aanbod was te goed, en stiekem ben ik natuurlijk ook veel te nieuwsgierig naar wat me hier te wachten staat. Ik moet het maar zien als een betaalde vakantie. Lees verder

Kort verhaal: Knetter Pingel Boem Pop SCHRRKLKINKL

Henry ijsbeerde in zijn chillpak door de gang. Normaal gesproken werd hij rustig van de zachte fleece met glittersneeuwvlokken, maar dit was geen normale dag. Rotterdam werd geteisterd door laservuur. Het harde geknal knetterde door de lucht, trilde door de muren en golfde in zijn brein. De nieuwszenders waren gehackt, dus het had moeite gekost om uit te vinden wat er precies aan de hand was. En het klonk gestoord, maar aliens waren druk bezig De Zwaan te stelen. Ja echt! De Erasmusbrug liep groot gevaar! De dames en heren (en genderneutralen) van Defensie hadden de situatie duidelijk niet onder controle. De ene explosie klonk nog luider dan de andere en er kwam geen einde aan. Henry kon niet langer afwachten. Hij moest hier weg zien te komen. Hij moest ingrijpen! Al werd het zijn dood. Hij had een plan. En zo moeilijk kon dat vliegen toch ook niet zijn. Lees verder

Kort verhaal: Kinderspel

Met z’n vieren zaten ze aan de ronde tafel in de keuken. Helder zonlicht scheen vrolijk door de grote ramen die beplakt waren met stickers van Mickey Mouse en Paulus de boskabouter. De mamma’s hadden het stel een half uurtje geleden van hapjes en drankjes voorzien om vervolgens zelf met een nieuwe fles wijn in de zitkamer te verdwijnen, waar ze nu druk zaten te kakelen. Die zouden hen voorlopig niet storen. Thomas schraapte zijn keel en richtte zijn strenge blik op Mark. Met zijn mollige arm over de houten rugleuning geslagen en zijn duim nonchalant achter zijn luier gehaakt, straalde hij duidelijk leiderschap uit. Hij had dan ook de meeste levenservaring, namelijk 15 maanden. Over een week dan.
……..Mark wist donders goed dat hij de lul was. Die blik van Thomas, die wenkbrauw die vragend omhoog schoot, de lichte frons, maar vooral die complete afwezigheid van vrolijkheid in dat bolle gezicht, bezorgden hem kippenvel. Waarom had mamma voor vandaag ook geen rompertje met lange mouwen uitgezocht? Dan was dat kippenvel niet zo opgevallen. Nu zag hij Lydia’s gemene pretogen over haar hartvormige zonnebril naar zijn armen gluren. Hij slikte moeizaam. Lees verder

Kort verhaal: In de ban

Er was eens, heel lang geleden, in een land hier ver vandaan, een knus koffiehuisje. Dit koffiehuis, dat gerund werd door de trotse vader van twee zonen, was beroemder om zijn warme chocolade dan om zijn koffie. De moeder van het gezin was kunstenaar en boetseerde de meest prachtige beelden. De oudste zoon was een havenarbeider aan wie die talenten voor zowel smaak als schoonheid zonder omkijken voorbijgegaan waren. Maar de jongste zoon had de smaakpapillen van zijn vader en de scheppende handen van zijn moeder geërfd.
.        .De jongste zoon leerde al snel dat er geen mooiere smaak was om mee te werken dan de smaak van chocolade. Maar die scheppende handen konden met de vloeibare chocolade niets beginnen. Dus spendeerde hij maanden in de keuken van zijn vader, totdat hij het recept voor de heerlijkste chocolade in vaste vorm ontdekte. Het leek magie! Als hij het verwarmde werd het kneedbaar als klei, maar als het afkoelde werd het zo knapperig als de krakelingen van de bakker. Dus zijn handen boetseerden en kneedden, schaafden en masseerden, verfijnden en schilderden dagenlang, tot ze het prachtigste chocoladebeeld ooit geschapen hadden. Lees verder

Wedstrijdverhaal: Beeldig – Lees en stem!

Stem hier op mijn inzending voor de Enge Verhalen Schrijfwedstrijd van ‘Heel Nederland Schrijft’: Beeldig Vergeet niet om mijn verhaal een  te geven, want daar kan ik de lezersprijs mee winnen! Om te voorkomen dat mensen dubbel stemmen moet je even inloggen en dat is echt zo gepiept. Je kan inloggen via Facebook of door even account aan te maken op ‘Heel Nederland Schrijft’.  Het wijst zich vanzelf, en zo niet vraag gerust. Geen zorgen, je wordt niet platgespamd. Lees het via bovenstaande link of hieronder. Voor meer spannende verhalen, koop de bundel via bol.com!

Beeldig
Haar aanwezigheid is een lang bewaard geheim. Een geheim, prachtig verstopt in hét pronkstuk van het museum. Starende blikken glijden langs de volumineuze, zachte, vrouwelijke vormen en bewonderen het engelachtige gezicht, zonder dat iemand een glimp van haar opvangt. Haar scherpe, hoekige lijf staat verankerd in de ronde vormen van dat beeldschone graf. Haar woeste schreeuw vol haat echoot eindeloos achter die vredige glimlach.
Dan, op een late avond, een oververmoeide schoonmaakster, de zwiepende dweil, een luide tik. KRAK. Een dunne scheur strekt zich uit vanaf de enkel omhoog naar de knieholte. Eindelijk vrij! Een zucht, nevel, gegil. De dweil klettert op de grond…

Juf Annelies doet haar best om de kinderen bijeen te houden, maar al snel holt iedereen alle kanten op. Ook Timmie dwaalt avontuurlijk door het museum, totdat hij in een grote ronde zaal voor een beeldige, blote dame staat. Nieuwsgierig kijkt hij naar haar op. Nu mag het, want in een museum mag je overal naar kijken. Ook naar blote borsten.
Gek genoeg is er verder niemand in de stille zaal. Verderop ligt een verlaten dweil naast een schoonmaakkarretje. Timmie hoort zelfs zijn rumoerige klasgenootjes niet. Het is hier koud. Mag hij hier wel zijn? Langzaam laat hij zijn blik weer over het beeld gaan. Vreemd, dat gezicht; alsof ze terugkijkt. Een rilling kruipt over zijn rug en kippenvel rijst omhoog op zijn armen. Dan ontdekt hij de donkere mist die uit haar been lijkt te lekken. Wegwezen hier! Hij rent richting de deuren. BAM! Pal voor zijn neus slaan ze keihard dicht.

Met grote ogen draait Timmie zich om. Zijn benen zijn net spaghettislierten en trillend leunt hij met zijn rug tegen de gesloten deur. Tussen hem en het beeld staat een naakte magere vrouw. Zonder neus. Haar onderkaak hangt los. Pikzwarte ogen gluren tussen lange, klitterige, blonde haren door. Hij wil weg! Een muizig gepiep komt uit zijn dichtgeknepen keel. Huilend draait hij zich om en begint op de deur te bonzen.
Dan voelt hij dat zij hem naar zich toe trekt. Hoe? Hij verzet zich heftig, maar glijdt de zaal in, dichter en dichter naar haar. Koude nevel, met de geur van modderige herfstbladeren, omhult hem. Hij voelt zich lichter en dan zweeft hij met de nevel mee. Snel. Plotseling zit hij in het donkere beeld. Een hand grijpt zijn schouder. ‘Gedraag je voorbeeldig’, waarschuwt de schoonmaakster. ‘Haar ziel is van steen.’

Feuilleton: Het monster onder jouw bed – deel 7

Lees hier deel 6, mocht je die nog niet gelezen hebben 😉

Zo had ik Tik dus leren kennen. Het was de meest chaotische, verwarrende en frustrerende nacht van mijn leven. Naderhand heb ik eerst eens wat bijgeslapen en vervolgens ben ik bij mijn huisarts langs geweest in verband met de hersenschudding en om het eens over mijn slaapproblemen te hebben. Ik kreeg op mijn flikker omdat ik naar de huisarts had moeten komen voordat ik lekker een paar uur in bed ging liggen en vervolgens kreeg ik slaappillen mee om mijn slaapritme weer in het gareel te krijgen. Ik meldde me ziek op mijn werk en begon samen met Tik een speurtocht op het internet naar manieren om hem weer thuis te krijgen. Lees verder

Kort verhaal: Onkruid vergaat niet

Hij is terug. De politie is weken geleden gestopt met zoeken. Niet omdat ze de bizarre reeks moorden hadden opgelost natuurlijk; Ze hadden het gewoon opgegeven. En nu weet ik dat hij er weer is, en misschien wel nooit is weggeweest, want het onkruid verging niet. En ik voel het, terwijl ik door het park loop. Het is niet het typische gevoel van ‘brandende ogen in mijn rug’ of ‘nekhaartjes die overeind gaan staan’. Het is het gevoel dat me ook bekruipt als ik me pas na vijf happen realiseer dat de zalm wat vreemd smaakt. Dat moment dat je beseft dat het te laat is en je dus over tien minuten kotsend boven de plee zult hangen. Maar dan intenser. Lees verder

Feuilleton: Het monster onder jouw bed – deel 6

Dit is het vervolg op deel 5.

Ik werd me eerst bewust van de trein die door mijn hoofd leek te denderen. Vervolgens proefde ik de zure smaak in mijn mond en voelde ik het krampen van mijn maag, alsof een prop slang wanhopig probeerde zichzelf uit de knoop te worstelen. Maar de druppel die mij de ogen deed openen zat in mijn oor. Langzaam verdwenen de zwarte vlekken uit mijn blikveld en toen ik voorzichtig mijn bonzende hoofd optilde, zag ik dat ik in mijn eigen kots lag. Een klonterig mengsel van koffie, ei, vanille-ijs en gal droop van mijn oor, in mijn nek. Met een zucht ging ik rechtop zitten. Het moest echt niet gekker worden. Maar dat werd het natuurlijk wel.

Lees verder