Kort verhaal: Het beste vermaak

Een aangenaam briesje doet zijn best om het haar van mijn plakkerige voorhoofd te blazen. Na een paar uur hossen in dat hete volgestampte busje, sta ik eindelijk over dit groteske landschap uit te kijken. Hard, maar prachtig; Zoals we de natuur kennen. Ik voel hoe mijn zorgen en frustraties door de wind worden meegenomen.
……….Ik rek me lekker uit. Wervels knappen uit hun kreukels en mijn nek kraakt bezwaard. Lief lijf, wat doe ik je soms aan? En dat allemaal voor een klus. Een artikel over een circusshow, ergens weggestopt in een bergdorp in Azië, dat in geen reisfolder te vinden is. Maar het aanbod was te goed, en stiekem ben ik natuurlijk ook veel te nieuwsgierig naar wat me hier te wachten staat. Ik moet het maar zien als een betaalde vakantie. Lees verder

Kort verhaal: Knetter Pingel Boem Pop SCHRRKLKINKL

Henry ijsbeerde in zijn chillpak door de gang. Normaal gesproken werd hij rustig van de zachte fleece met glittersneeuwvlokken, maar dit was geen normale dag. Rotterdam werd geteisterd door laservuur. Het harde geknal knetterde door de lucht, trilde door de muren en golfde in zijn brein. De nieuwszenders waren gehackt, dus het had moeite gekost om uit te vinden wat er precies aan de hand was. En het klonk gestoord, maar aliens waren druk bezig De Zwaan te stelen. Ja echt! De Erasmusbrug liep groot gevaar! De dames en heren (en genderneutralen) van Defensie hadden de situatie duidelijk niet onder controle. De ene explosie klonk nog luider dan de andere en er kwam geen einde aan. Henry kon niet langer afwachten. Hij moest hier weg zien te komen. Hij moest ingrijpen! Al werd het zijn dood. Hij had een plan. En zo moeilijk kon dat vliegen toch ook niet zijn. Lees verder

Kort verhaal: Onkruid vergaat niet

Hij is terug. De politie is weken geleden gestopt met zoeken. Niet omdat ze de bizarre reeks moorden hadden opgelost natuurlijk; Ze hadden het gewoon opgegeven. En nu weet ik dat hij er weer is, en misschien wel nooit is weggeweest, want het onkruid verging niet. En ik voel het, terwijl ik door het park loop. Het is niet het typische gevoel van ‘brandende ogen in mijn rug’ of ‘nekhaartjes die overeind gaan staan’. Het is het gevoel dat me ook bekruipt als ik me pas na vijf happen realiseer dat de zalm wat vreemd smaakt. Dat moment dat je beseft dat het te laat is en je dus over tien minuten kotsend boven de plee zult hangen. Maar dan intenser. Lees verder

Kort verhaal: Het Meesterwerk

MegaBite had hem de hele week dwars gezeten. Hij had vuile plannetjes gesmeed, medestanders opgestookt, de power en potions voor zijn neus weggekaapt en uiteindelijk was hij er met de weekbonus vandoor gegaan. Waar hij nu uithing wist Niek niet, maar misschien al wel bij toplevel 60. Nadat Niek zich eindelijk door level 57 geworsteld had, voelde hij zich verscheurd. Hij was blij dat hij eindelijk in de buurt van de top kwam, maar hij baalde omdat het hem alleen gelukt was doordat MegaBite hem voorbij gestreefd was en dus niet meer voor zijn voeten liep.
…..Met een zucht schoof hij achter zijn computer vandaan. Hij was uitgelogd als MasterToBe en zou pas maandag verder gaan met gamen. MeesterMind was zijn leven, maar op zaterdagavond ging hij de pub in met Stan en op zondag op bezoek bij zijn ouders. En nu moest hij eerst wat te eten regelen voor zichzelf en zijn kat Spock.

Stan was er klaar voor. Na een drukke werkweek op het ecologisch adviesbureau had hij vandaag eerst eens heerlijk uitgeslapen, om daarna een stevige wandeling te maken door de weilanden. Eenmaal weer thuis had hij boodschappen gedaan, goed gegeten, iets gemakkelijks aangetrokken en zijn fietslampjes onder een poststapel vandaan getoverd. Hij zou Niek zoals altijd treffen aan de bar. Hij liep de deur uit en ruziede eerst vijf minuten met zijn fiets om het slot eraf en de lampjes erop te krijgen, voordat hij naar de pub kon fietsen.

Niek had een pizza laten bezorgen en zat nu voor de TV te eten. Na langs alle zinloze programma’s gezapt te hebben, was hij op het NOS journaal blijven hangen. Zo kreeg hij toch nog iets mee van de wereld om hem heen. Toen de presentator aan de weersverwachting begon, flikkerde het beeld, en nog eens. Toen viel het uiteen in een gekleurde ruis. Niek wilde opstaan om te kijken of Spock misschien een kabel losgetrokken had, maar toen begon de ruis te kolken, en draaien, draaien, en bleef hij als gehypnotiseerd zitten kijken. Hoe kon dit nou?

Lees verder

Kort verhaal: Stap minus dertien

*
Het plan was om lekker op vakantie te gaan naar een backpack-vriendelijk, zonnig oord. Thailand dus. Lekker eten, feesten, cultuur snuiven en van mijn vrijheid genieten. Stap een: met de zeebries in mijn haren kokosnootcocktails slurpen op een mooi tropisch eiland in het Zuiden.

Het liep helemaal anders. Ik kwam niet verder dan stap nul: vliegen naar Krabi. Ik stapte naar buiten en genoot met gesloten ogen van de tropische warmte op mijn gezicht. Toen ik mijn ogen opende stond een van de vele opdringerige taxichauffeurs al voor mijn neus. Hij reed in zo’n klein busje waar comfortabel zes mensen in passen en waar in Thailand altijd minimaal twaalf mensen ingepropt worden. Of ik zin had om op een heerlijk tropisch oord te verblijven? Hij liet foto’s zien van een prachtvilla op een wit zandstrand, omgeven door palmbomen. Er waren al twaalf andere meiden geïnteresseerd. Dus ik perste me verheugd als nummer dertien in de minibus.

En nu zit ik hier. Bij stap minus tien. Er klinkt geen zeebries, maar gehijg, een snik en verstikt gejammer. Ik hoor een deur opengaan en voel frissere lucht de benauwend hete ruimte in stromen. Voetstappen bonken naar binnen. Ik leun met mijn hoofd achterover tegen de ruwe muur, zodat ik net onder de stinkende lap door kan kijken die als blinddoek fungeert. Ik zie stoffige zwarte legerkisten met daarboven een tot op de draad versleten broek, die misschien ooit groen is geweest. Ik zie de legerkisten over de betonnen vloer ijsberen. Ik zie de andere meiden om me heen zitten. Gekneveld, net als ik. Hun haren met angstzweet aan hun naar de grond gerichte gezichten geplakt. Maar ik zie geen uitweg.

Lees verder

Kort verhaal: Tattoo met een bijsmaakje

Ik weet niet of ik erom moet lachen of me er dood aan ergeren. Schuin tegenover mij zit een of andere magere surfdude. Hij loopt alsof hij een bodybuilderslijf heeft en gaat nonchalant in de stoel hangen om zijn ‘awesome’ tattoo ter hoogte van zijn borstspier te laten prikken. Borstspier? Ik zie hem niet. Is hij überhaupt 16? Vanaf het moment dat de tatoeëerder, een beer van een bikerdude, zijn tattoogun zoemend aanzet, verschijnt er een gepijnigde uitdrukking op zijn toch niet zo stoere gezicht.

Inmiddels ligt surfdude als een dame in katzwijm achterover in de zwarte stoel met zijn hoofd opzij weggedraaid. Zijn door de zon gebleekte krullenbos bedekt zijn gezicht. Het enige waaraan je merkt dat hij nog bij bewustzijn is, is het opdansen van zijn krulletjes bij elk jammerkreetje.

Ondertussen wacht ik op de artiest die mij van een nieuwe tattoo moet gaan voorzien. Uiteraard heb ik mijn zinnen weer gezet op iemand met sterallures. Hij is al ruim een uur te laat. Als hij eindelijk aan komt zetten, mompelt hij alleen dat hij zich niet goed voelt, neemt zelf plaats in de stoel waar ik in zou moeten liggen en duikt in foetushouding in elkaar. Ik zou pisnijdig moeten zijn, maar daar heb ik de energie niet voor en hij ziet ook daadwerkelijk erg pips om zijn ringbaardje.

Lees verder

Kort verhaal: De kalvende kalfjes

Het is een prachtige zonnige dag en ik stamp vrolijk in mijn blauwe overal en kaplaarzen door het weiland. De boer heeft me gevraagd te helpen, want er staan meerdere koeien te bevallen. Het gaat druk worden. Ik ben dolgelukkig met mijn kans om de dokter Pol uit te hangen, dus vandaar mijn vrolijkheid in dat zonnige weiland in mijn belachelijk schone overal.

Ik nader de houten schuur, waar zo te horen al druk gekalfd wordt. Stemmen roepen naar elkaar en een koe staat driftig te loeien. Als ik de schuur binnenstap zie ik vier koeien op een rijtje in stalen hokken staan, hun achterste mijn kant op gericht. Er hangt een geur die ik niet goed kan thuisbrengen. De boer is, samen met een collega, druk in de weer met koe nummer twee, waar twee hoefjes en een neusje al naar buiten piepen. Het zonlicht valt in strepen tussen de houten muren door en verlicht het ronddansende hooistof.

Het kalfje glibbert ineens naar buiten en valt met een smak in het hooi. De boer blaft dat ik daarvoor moet zorgen, terwijl hij zijn arm alweer in de volgend koe steekt om te kijken hoever zij is. Ik kijk hoe het kalfje opstaat. Huh, dat is wel heel snel. Voor mijn ogen droogt het kalfje in een paar seconden op en groeit snel, tot hij twee keer zo groot is als een minuut of drie geleden. Ik stond erbij en keek ernaar. ‘Zet hem vast, snel!’ Gromt de boer me toe en met een vluchtig hoofdknikje wijst hij me op de grote stalen gevaartes aan de andere kant van de schuur. Ze lijken op de grijpers van grote machines die je wel eens op een bouwterrein ziet staan. Er staat een grote witte plastic emmer naast. Besmeurd met bloed.

Lees verder