Kort Verhaal: Boven het hoofd

Met een harde klik draaide de sleutel om en de deur zwaaide kreunend open. Lise stapte de hal in, op de voet gevolgd door Aad. Zijn vingers streelden kort de ring die haar hand sinds 2 maanden sierde en haar mondhoeken krulden voorzichtig op. Aad keek haar vragend aan. ‘Binnenpretje.’
……..Ze was nog niet gewend aan het idee dat dit nu hun eigen huis was. Een echt droomhuis! Nou ja, het zou een droomhuis worden zodra de verbouwing erop zat. Van boven uit het huis klonk een radio, overstemd door harde bonken.
‘Goedemorgen!’ Tetterde Aad naar boven. ‘Morgen!’ Galmde het naar beneden. De geur van koffie lokte Lise naar de keuken, terwijl Aad direct naar boven ging om de planning van de dag met de aannemer door te spreken.

‘Dat moet dan maar.’ Lise, die met haar koffie ook naar boven was gelopen, keek vragend naar Aad. ‘Ja Onno zegt dat de vloer raar oploopt daar.’ Hij wees naar een hoek in de slaapkamer die zeer binnenkort badkamer zou zijn. ‘Er lijken wat planken niet goed te liggen en we kunnen maar beter even controleren hoe dat komt.’ Lise haalde haar schouders op. ‘Ja ok. Ik ga hiernaast behang trekken zodra ik m’n koffie op heb.’
……..Lise zat met haar halfvolle bekertje koffie in de vensterbank naar buiten te staren, genietend van het herfstzonnetje op haar gezicht. Met elke teug klonk een rusteloze tik uit de verwarming. Daar moesten ze toch ook nog eens wat aan doen. Een wolk schoof voor de zon. De kamer leek meteen weer het kille kale klushok dat het eigenlijk ook was. De geur van stof, hout en lijm werd even weggezucht door een bedompte tochtvlaag, die de haartjes op haar armen overeind deed staan.
……..Een luid sissend geluid deed haar opschrikken. Het stoomapparaat werd eindelijk warm genoeg en het hete water baande zich een weg naar buiten. Snel goot ze de laatste slok koffie naar binnen en klom met een plamuurmes in de ene en het stoomapparaat in de andere hand de huishoudtrap op. Ze zette het op de muur. ‘AAAAAAAAHHHHRRGGG!’ Ze liet het ding vallen en viel bijna van de trap af. Onno riep: ‘Jezus, neeee, God NEE!’

Onno had veel passie voor zijn werk, maar zo opgewonden had hij nooit geklonken als hij weer een prutsstukje beunvlijt van de vorige huiseigenaren had blootgelegd. Fronsend haastte Lise zich de hoek om en ook Aad, die in de kelder een en ander was gaan slopen, kwam meteen naar boven gerend. Onno stond lijkbleek met zijn rug tegen het raam, naast een nieuw gat in de vloer. Voor hem op de grond lagen vlekkerige bruine scherven en stof. ‘Wat sta je nou te schreeuwen?’
‘Kijk dan!’ Onno wees naar de grond. ‘Dat lag onder de vloer!’
‘Een vaas?’ gokte Aad. ‘Ik doe even een lamp aan, het is stikdonker hier.’ Lise keek naar buiten en zag dat de snoezige schapenwolkjes waren verdreven door een grote boze wolfstorm. Het licht sprong aan en ze porde met haar sneaker wat tegen de als een puzzel uitgestalde scherven, in haar hoofd een en ander bij elkaar passend.
‘Ik zag niet wat het was tot ik het in mijn handen had.’ Stamelde Onno. ‘En toen liet ik het vallen.’
‘Een schedel! Fuck, het is een schedel!’
‘Was’, piepte Onno.
Met een luid geknal scheurde de eerste bliksemschicht door de hemel. Het licht viel uit. Regen kletterde tegen de ramen. De wolf was daar.

Een half uur later stopte de eerste politieauto voor de deur. Nog een half uur later stond een compleet rechercheteam in hun toekomstig droomhuis. De regen was overgegaan in hagel en kletterde overdonderend op de autodaken. Onno ging maar naar huis, want van verbouwen zou die dag niets meer komen. Meer planken werden losgetrokken en een (op het hoofd na) compleet skelet werd onthuld in de felle lampen die het rechercheteam geplaatst had. Lise en Aad baalden van het hele geouwehoer, maar morgen zouden ze volgens planning door kunnen werken. Er werd niet op gerekend dat de identiteit van het slachtoffer werkelijk opgelost zou worden. Oud huis, oude geheimen.

De volgende dag kwamen Lise en Aad weer het huis in om verder te werken. Aan het gerommel boven te horen was Onno ook weer aan de slag gegaan.
‘Goeiemorgen!’ riep Aad en hij liep meteen weer de trap op. Zonder verse koffie rook het muffig in huis. Terwijl Lise in de weer ging met het koffiezetapparaat, hoorde ze boven Aad rondlopen. Hissend kwam het apparaat tot leven en Lise liep ook de trap op. ‘Waarom is het hier nog zo donker?’ Aad stak zijn hoofd om de badkamerdeur. ‘Geen stroom. En ook geen Onno.’
‘We hebben wel stroom. Het koffiezetapparaat doet het gewoon.’
‘Dan is de lamp doorgebrand. Ik zal hem zo vervangen.’
‘En Onno is er niet? Wat was dan net dat gebonk boven?’
‘Geen idee. De ramen en deuren zaten allemaal dicht. Ik ga Onno bellen.’
……..Na de koffie ging Lise verder in de kamer waar ze de dag ervoor had willen beginnen. De trap stond nog in de uiterste hoek bij het raam op haar te wachten. Na een paar minuten opwarmen, klom ze weer met het stoomapparaat de trap op. De warme damp sloeg in haar gezicht, elke keer dat ze het ding van de muur haalde om te gaan krabben. Het teddybeertjesbehang kwam in lange kleffe stroken van de muur af.
……..Beneden hoorde ze een deur en voetstappen. Dat zou Onno eindelijk zijn. Ze keek even naar buiten, maar zag het welbekende witte busje niet in de straat staan. Ze verplaatste de huishoudtrap een meter en klom er weer op. De voetstappen kwamen nu de trap op. Ze hoorde hoe de slaapkamerdeur licht piepend openging en met een droge tik tot stilstand kwam tegen de aanliggende muur. Ze draaide zich half om richting die hoek van de kamer. ‘Hey Onno, ben je daar einde…’
……..Niemand.
……..Ze keek de kamer door. Lag het aan haar of was het ineens een stuk donkerder? En kouder. IJskoud. Vreemde schaduwen leken over de muur te golven. Ze knipperde een paar keer met haar ogen. Misschien moest ze even iets stevigers ontbijten.
……..De deur bewoog weer. Achter het ruitje in de deur zag ze niets dan intense duisternis. Lise tuurde, ineens gespannen. Probeerde Onno haar voor de gek te houden? Plots knalde de deur keihard dicht en het ruitje schoot in een explosie van glas door de kamer. Met een gil viel ze van de trap af. Een scherpe pijn schoot door haar arm toen die in een van de glasscherven belandde. Ze keek naar de deur. Haar hart bonkte alsof het zich een weg naar buiten probeerde te beuken.
……..En toen zag Lise haar. Een vage gedaante, in een lange donkerrode jurk. Haar magere witte arm uitgestrekt tegen de deur. Lise’s adem stokte. Een krassend geschreeuw vulde de kamer, terwijl de spookdame langzaam naar voren gleed, uit de schaduw. Waar haar hoofd had moeten zitten was niets dan duisternis. Het leek alsof een band zich strak om haar borstkas sloot. Het geschreeuw werd luider. De kamer leek te schommelen. Lise schuifelde op haar ellebogen naar achter en kwam met haar arm op de stoomplaat terecht. Ze gilde, eerst van pijn, maar ze kon niet meer stoppen. De paniek gierde door haar lijf en bleef via die gil naar buiten kolken. Maar haar geluid kwam niet boven het bulderende gekrijs van de hoofdeloze spookvrouw uit. Met grote ogen tuurde ze door de stoom die haar omringde. En toen vloog de gedaante razendsnel op Lise af.

Aad had haar krijsend naast de huishoudtrap gevonden, omringd door glas. Ze had een paar flinke blaren van het stoomapparaat, waar ze hysterisch mee om zich heen had zitten zwaaien. Een grote scherf stak uit haar arm. Het had minutenlang geduurd voor ze Aad herkende en enigszins kalmeerde. Hij had haar naar de woonkamer begeleid en op een stoel gezet waar ze trillend als een rietje naar haar frummelende vingers had zitten staren. ‘Nu heeft ze dus geen hoofd meer…’ Aad drukte haar bezorgd tegen zich aan. ‘Wat is er nou gebeurd? Waar heb je het in godsnaam over? Ben je gevallen? Waarom is dat ruitje stuk?’
‘Geen hoofd. Ik denk dat ze haar hoofd terug wil Aad.’

Na twee dagen rust voelde Lise zich beter. Haar arm was gehecht en zat in verband. De blaren op haar andere arm waren aan het genezen. De arts had het hele voorval geweten aan een virus, vermoeidheid en spanning. Ze moest gewoon geflipt zijn toen de deur door een tochtvlaag dichtgevallen was. Toch gingen de haren in haar nek overeind staan toen ze weer voor het huis stond. Zag ze daar nou een schaduw bij het raam bewegen? Weifelend bleef ze op de stoep staan, haar blik naar het raam gericht. Een schaduw bewoog links van haar en ze sprong geschrokken opzij! Een kraai keek haar brutaal aan. Jezus… Lise zuchtte eens diep, probeerde haar hartslag weer tot bedaren te krijgen. Ze keek weer naar boven. De schaduw was weg. ‘Kom op’ , sprak ze zichzelf moed in, ‘niks aan de hand, nu gewoon naar binnen gaan’.

Een uurtje later stond Lise behendig de roller van voor naar achter over het plafond te trekken. Door de verfbak, en weer van voor naar achter, voor, achter. Zrrrrrf, zrrrrrf, zrrrrrf. Het klonk alsof er honderden minizuignapjes op de roller zaten, die allemaal met zacht krakende geluidjes vastzogen en loskwamen terwijl de roller over het plafond scheerde. Zweetdruppeltjes prikten in haar nek. Lise vond het klusje een vorm van meditatie. Er bestonden geen duistere geheimen, geen spookdames zonder hoofd, geen schedel die schreeuwde om haar verhaal te vertellen. Er bestond alleen zrrrrrrf, zrrrrrf, zrrrrrf, het geluid van een radio ergens in huis, de verfspatjes op haar gezicht en de kramp tussen haar schouderbladen.
……..Ze zette de roller even aan de kant om haar rug te rekken en strekken. Er klonken weer een paar luide tikken uit de verwarming. Daar hadden de heren blijkbaar nog geen tijd voor gehad. ‘Ik zet effies koffie!’ Tetterde Onno door het huis. Ach, eigenlijk had ze ook wel zin in koffie. ‘Aad, kom jij ook een bakkie doen?!’ Riep ze naar beneden. Hij had de radio luid aanstaan en zat lekker mee te zingen. ‘AAAD!’
‘Jaja, sorry, ik tegel eerst deze muur even af!’

Lise plofte neer. ‘En hoe gaat het bij jou?’
‘Ik was van plan zo even de nieuwe leidingen in de badkamer te testen en daarna het water weer af te sluiten.’ Begon Onno. ‘Dan koppel ik de nieuwe radiator in de badkamer ook nog even aan voor de leidingen onder de vloer verdwijnen.’
‘Oh top. Zou je daarna even goed willen controleren dat er geen luchtbellen meer in de leidingen zitten? Er klinkt de hele tijd zo’n getik vanuit de verwarmingsbuizen.’
’Waar dan? Ik heb niks gehoord.’
‘Overal eigenlijk.’
‘Hmmm, ik zal erop letten, maar volgens mij valt t wel mee met dat tikken.’
Op dat moment klonken er drie luide tikken uit de verwarming in de keuken.
‘Dat dus.’
‘Ach, dat is gewoon jullie huisspook’, grapte Onno.
‘Hmm, heel grappig’, mompelde Lise zuur.

Ze stond op om haar papieren bekertje weg te gooien. ‘Tijd om weer verder te gaan.’ Het indringende gezoem van een appje doorbrak de stilte. Ze zocht haar telefoon om te kijken wie haar een berichtje stuurde, toen ze zich realiseerde hoe stil het nu eigenlijk was. Er klonk geen radio meer en Aad was gestopt met zingen. Ze stopte de telefoon weg en liep naar de keldertrap.
……..‘Hey babe, ben je klaar met de nieuwe wand?’ Haar stem kaatste trillend naar beneden, de kale ruimte in. Met elke voorzichtige trede kringelde het bouwstof rond haar benen.
‘Misschien moet je de lichten aan doen. Als je in die schemer zit te werken gaan je ogen eraan hoor.’ Haar ogen flitsten door de hele ruimte, maar ze zag niemand. De nieuwe muur die Aad aan het tegelen was geweest was voor iets meer dan de helft af. Het was hier koud en ze voelde een vage tocht langs haar wangen. De schaduwen werkten op haar zenuwen. Eenmaal beneden liep ze haastig langs de muur, met haar vingers tastend naar de lichtschakelaar. Hij klikte droog toen ze hem omzette, maar er gebeurde niks. Haar nekspieren verstrakten. ‘We hebben weer geen stroom Onno!’ Riep ze. Wat klonk haar stem raar. Ze voelde haar hartslag weer tekeergaan. Probeerde niet te hijgen.
……..‘Gewoon een huis, spoken bestaan niet’. Maar ze geloofde haar eigen schrille woorden niet. Ze draaide zich met een ruk om en begon resoluut terug te lopen. Een krakend geluid uit de verste hoek van de ruimte trok haar aandacht, ze vertraagde haar pas en keek, maar zag niets dan schaduwen. Ze haastte zich nu naar de trap, sneller, het donker kwam weer dichterbij, God rennen! Schaduwen klauwden naar haar enkels terwijl ze naar adem snakkend de treden op sprintte. Eenmaal boven knalde ze de deur met en klap achter zich dicht.
……..‘Onno!’ Trillend leunde ze met haar rug tegen de deur. Het gevoel dat er aan de andere kant ook iets tegen de deur stond, verstijfde haar. ‘Hey, waar zijn jullie?!’ De WC deur tegenover haar zwaaide open en ze slakte een gil. ‘Ik ben hier hoor. Rustig!’ Onno keek haar bezorgd aan. ‘Gaat het wel? Wat is er aan de hand?’ Lise zuchtte diep. Wat was er met haar aan de hand? Liep ze zich nou aan te stellen? ‘Je ziet lijkbleek. Is er iets gebeurd?’
‘Nee hoor, niks. Nog wat moe, ik schrok, dat is alles.’ Antwoordde ze. ‘Heb je Aad misschien gezien? Hij is niet meer beneden.’
‘Oh, nee. Misschien is hij vast verse broodjes aan het scoren voor de lunch?’
‘Zonder even wat te zeggen? Hmmm, dat is eigenlijk wel wat voor hem ja.’
‘Iets anders’, begon Onno, ‘we hebben weer een tegenvallertje. Kom je even mee naar boven?’
……..Onno wees naar de pijpen die de afvoer van hun toilet, wastafel en douche moesten gaan worden. ‘Ik heb er water door gegooid om te kijken of het ergens lekt. Het lekt niet, maar weglopen doet het ook niet. Het zit ergens goed verstopt.’ Lise zag inderdaad dat alles tot bovenaan vol stond met water. ‘Ik ben bang dat het die oude gietijzeren rioolpijp in de kelder is. De rest is nieuw.’
‘En we hebben ook geen stroom.’
‘Jawel hoor, kijk, de keukenlamp is gewoon aan.’
‘Weer een lamp gesprongen dan.’
‘Voel je je goed genoeg om me even te helpen die zware rioolpijp te vervangen?’
‘Ja, ja tuurlijk, komt goed.’

Twee uur later hadden Onno en Lise samen de oude rioolpijp in stukken gezaagd en naar de achtertuin gezeuld. ‘Jezus wat een drekzooi.’ Onno krabde in zijn nek. ‘Geen wonder dat het water niet wegliep. Ik snap niet dat we hier niet eerder op gestuit zijn. Die pijp zit echt helemaal dicht.’ Lise knielde voor de pijpen. ‘Wat is dit in godsnaam?’ Met haar gehandschoende hand trok ze een witte brok uit de pijp. ‘Dat zijn waarschijnlijk zeepresten.’ Ze porde in het stuk pijp ernaast. Een roodbruine pulp kwam los. ‘Dat lijkt wel roest. Of misschien bladpulp. De dakgoten komen ook in deze rioolbuis uit.’
‘Ja er zitten ook takken tussen. Kijk hier.’ Ze trok aan bruin uitstekend stukje. Het gaf een beetje mee, maar was groter dan ze gedacht had. Met een flinke ruk trok ze de hele tak los. Ze veegde er wat troep af.
Onno gaf een schreeuw en deinsde achteruit.
Lise gooide de ‘tak’ van zich af. Het bot was nog bedekt met flarden vlees. En waren dat vinger? Toen zag ze de ring. Die ring herkende ze meteen. Ze had hem nota bene zelf om Aads vinger geschoven.

De eerste politieauto stond dit keer binnen vijf minuten voor de deur. Nog geen tien minuten later stond een compleet rechercheteam in haar nachtmerriehuis. Onno ging maar naar huis, want van verbouwen zou daar nooit meer iets komen.
……..Lise stond met een deken om haar schouders geslagen bij de politieauto, met tranen in haar ogen te kijken hoe Aad als losse puzzelstukken in lijkzakken werd afgevoerd. Toen een agent met een ernstig gezicht haar kant op kwam lopen, wist ze al wat ze te horen zou krijgen. ‘Mevrouw, is er al iemand voor u gebeld? Familie, vrienden?’
‘Ze zijn onderweg, mijn zus en haar man. Ze kunnen hier elk moment zijn.’
‘Goed, dat is goed.’ De agent sloeg zijn armen over elkaar, stak ze toen weer in zijn zakken, liet ze vervolgen toch maar weer naast zijn lichaam hangen. Lise keek hem aan. ‘Zeg het maar gewoon.’
Na een korte stilte zuchtte de agent: ‘De honden worden ingeschakeld. We hebben namelijk niet, eehhm…’ Hij wroette door zijn haar. ‘…alles gevonden.’ Lise keek hem met droeve ogen aan. ‘Ze heeft zijn hoofd meegenomen hè?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *