Knetter Pingel Boem Pop SCHRRKLKINKL

Henry ijsbeerde in zijn chillpak door de gang. Normaal gesproken werd hij rustig van de zachte fleece met glittersneeuwvlokken, maar dit was geen normale dag. Rotterdam werd geteisterd door laservuur. Het harde geknal knetterde door de lucht, trilde door de muren en golfde in zijn brein. De nieuwszenders waren gehackt, dus het had moeite gekost om uit te vinden wat er precies aan de hand was. En het klonk gestoord, maar aliens waren druk bezig De Zwaan te stelen. Ja echt! De Erasmusbrug liep groot gevaar! De dames en heren (en genderneutralen) van Defensie hadden de situatie duidelijk niet onder controle. De ene explosie klonk nog luider dan de andere en er kwam geen einde aan. Henry kon niet langer afwachten. Hij moest hier weg zien te komen. Hij moest ingrijpen! Al werd het zijn dood. Hij had een plan. En zo moeilijk kon dat vliegen toch ook niet zijn.

Met een brede glimlach liet Mara zich uiterst voorzichtig in de stoel zakken. Jeroen ging tegenover haar zitten. Hij zag er heerlijk uit, in zijn overhemd en donkergrijze gilet, het haar glad achterover. Zijn ogen weerspiegelden het flakkerend kaarslicht, terwijl ze over haar veel te strakke paillettenjurk dwaalden. Ze had zich dus niet voor niets in dat ongemakkelijke ding gewurmd. Alles hier was schitterend: van de kerstboom, tot de kristallen champagneglazen, gevuld met fonkelende bubbels. Een paar meter verderop zat iemand met een serieus gezicht achter een vleugel romantische deuntjes te pingelen. ‘Mara, lieverd’, begon hij, ‘wat een geweldige verassing om vandaag te dineren in de Euromast.’
‘Dit uitzicht is toch perfect?’
‘Jazeker’, knipoogde Jeroen.
‘Het uitzicht over Rotterdam bedoel ik!’
‘Oh, dat ook ja.’
Mara glunderde van oor tot oor.

‘Zeg heb je een teiltje voor me?’ Heleen draaide met haar ogen, toen op de kleine TV het zoveelste koppel elkaar (tegen alle verwachtingen in natuurlijk) huilend van geluk in de armen viel. ‘Waarom kijk je hiernaar?’ Liesbeth keek haar vrolijk aan. ‘Ik hou hiervan. Al die blije mensen, positieve energie! En met kerst zat ik bij familie, dus ik ben blij dat het vanavond rustig genoeg is op de afdeling om de gemiste uitzending lekker te kunnen terugkijken.’ Zuchtend knipte Heleen de elektronische kerstverlichting aan. Echte kaarsen waren hier natuurlijk geen optie. ‘Nou, als jij even lekker verder kijkt, dan controleer ik even of iedereen nog rustig op zijn kamer zit. Het is weer een echt gekkenhuis vandaag. Dat stomme geknal ook. Ik denk dat ik iedereen maar even platleg met valium voor de grote vuurwerkshow van vanavond begint.’ Grinnikend stond ze op en streek haar witte uniform glad. Een luide knal deed haar verstijven. Liesbeth keek haar geschrokken aan. ‘Dat leek wel binnen.’
BOEM!
‘Dat is ook binnen!’
Samen vlogen ze naar de deur. Open. De gang op. Links was leeg. Rechts was de uitgang van de gesloten afdeling. En die stond open.

Mara genoot van al het geflonkel, geflirt, en geflits. Het eten vond ze nou niet echt om over naar huis te schrijven, maar de wijn was heerlijk. Jeroen was heerlijk. Het vuurwerk was prachtig. Ze reikte over de tafel en pakte zijn hand. Samen keken ze naar buiten, naar het flitsende kleurfestijn dat het naderende, nieuwe, heerlijke jaar aankondigde. Tussen de paarse en zilveren vuurregen ontdekte ze een fel geelwit licht dat slingerend door de lucht bewoog. ‘Zie je dat?’ Vroeg Mara.
‘Wauw, dat lijkt iets nieuws.’
‘Is het wel vuurwerk?’
‘Of een drone met lampen misschien..’
Het licht werd groter en groter. Het zwenkte en slingerde hun kant op. Meer mensen zagen het naderen. Het zag er prachtig uit, tussen al dat kleurrijke vuurwerk.
‘Misschien is dit een project van de Kunsthal.’ Opperde Jeroen.
‘Dat zal het zijn!’
Pop pop pop pop, klonk het terwijl de lichten naderden. Harder en harder en harder. POP POP POP POP POP! Mensen kwamen van hun stoelen. Mara en Jeroen kwamen ook overeind. Dit was geen kunstproject. De traumahelikopter was tot een paar meter van de ruiten genaderd. Mara keek met grote ogen naar de man in de helikopter. Droeg hij echt een glitterpak? Wie was die gek? Jeroen trok haar tegen zich aan. Het POP POP POP van de draaiende wieken werd oorverdovend.
SCHRRKLKINKL! De wieken braken aan splinters toen ze de ruiten aan diggelen sloegen. De heli begon te hellen, de mensen begonnen te gillen, de klok begon af te tellen en met een levensdrang als nooit tevoren stormde iedereen de trappen af, naar beneden, sneller, tuimelend, rennend, de decadentie achterlatend, totdat iedereen weer stevig met beide voeten op de grond in 2018 was aangekomen.

Kinderspel

Met z’n vieren zaten ze aan de ronde tafel in de keuken. Helder zonlicht scheen vrolijk door de grote ramen die beplakt waren met stickers van Mickey Mouse en Paulus de boskabouter. De mamma’s hadden het stel een half uurtje geleden van hapjes en drankjes voorzien om vervolgens zelf met een nieuwe fles wijn in de zitkamer te verdwijnen, waar ze nu druk zaten te kakelen. Die zouden hen voorlopig niet storen. Thomas schraapte zijn keel en richtte zijn strenge blik op Mark. Met zijn mollige arm over de houten rugleuning geslagen en zijn duim nonchalant achter zijn luier gehaakt, straalde hij duidelijk leiderschap uit. Hij had dan ook de meeste levenservaring, namelijk 15 maanden. Over een week dan.
……..Mark wist donders goed dat hij de lul was. Die blik van Thomas, die wenkbrauw die vragend omhoog schoot, de lichte frons, maar vooral die complete afwezigheid van vrolijkheid in dat bolle gezicht, bezorgden hem kippenvel. Waarom had mamma voor vandaag ook geen rompertje met lange mouwen uitgezocht? Dan was dat kippenvel niet zo opgevallen. Nu zag hij Lydia’s gemene pretogen over haar hartvormige zonnebril naar zijn armen gluren. Hij slikte moeizaam.

‘Wat was nou onze deal?’ Zuchtte Thomas vermoeid. Mark slikte nog eens en keek in Thiemens richting voor steun. Maar Thiemen, de jongste in hun kring, zat schaapachtig op de tafel te kwijlen. Mark keek weer naar Thomas. ‘Ik eh, ik… Ehh.. Ik heb het echt geprobeerd.’ Stamelde hij met een geknepen stemmetje. Met een koel gebaar streek Thomas over zijn korte blonde haren. ‘Je bent de afspraken niet nagekomen.’ Plotseling liet hij met een harde klap zijn vuist op het tafeltje neerkomen. ‘Fuck het potje! Ga er verdomme gewoon niet op zitten! Hoe moeilijk kan het zijn?’ ‘Euhm, ja.. Ik moest gewoon nodig en ik werd er gewoon opgezet en ik krijg altijd snoepjes als beloning dus…’ ‘SMOESJES!’
……..Thomas was overeind gesprongen. Het vrolijke groene stoeltje kletterde op de zwart-wit geblokte keukenvloer en hij moest zich aan het tafeltje vasthouden om niet om te vallen. Thiemen schrok op en keek met trillend lipje en grote ogen om zich heen. Snel gaf Lydia hem lief lachend haar zonnebril om te voorkomen dat hij het op een krijsen zette. ‘Ons meesterplan werkt alleen als iedereen hier zijn taken volbrengt’, siste Thomas. Zijn ogen waren samengeknepen tot venijnige spleetjes. ‘Het is nu mooi weer, zonnig, lekker warm. Straks is het winter, koud en guur.’ Lydia begon enthousiast op haar stoel te wiebelen en Thiemen sabbelde nu ontspannen op de zonnebril. ‘Dan wil ik me lekker kunnen warm houden met dampende poepluiers. En hoe gaan we dat doen he, meneertje oh-wat-ben-ik-een-brave-grote-jongen? Als jij met je goede voorbeeld de mamma’s laat zien dat de zindelijkheidstraining werkt? Dan liggen we over een paar maanden allemaal zindelijk en luierloos in koude bedjes!’ Met een rode kop stond hij aan de tafel. ‘Laat het me nog een week proberen’, piepte Mark. ‘Ik beloof overvolle luiers, echt waar!’

Thiemens mamma kwam de keuken in schommelen. ‘Dag lieverds! Thomas rolde zich onhandig achterover. Oh jeee ik dacht al dat ik wat hoorde! Ben je van je stoeltje gevallen mop?’ Ze trok het gevallen stoeltje overeind. Haar bovenarmen flapperden vrolijk mee bij elke beweging. ‘Boeboe gaga!’ Kraaide Thomas, terwijl hij weer op zijn plek getild werd. Mamma flapperarm plunderde nog even de koelkast en verdween weer de zitkamer in.
……..Thomas draaide met zijn ogen en keek nu naar Lydia. ‘Wat doen we hier nu mee hè? Geven we hem een kans, geen kans, toch nog een kans, of misschien toch niet?’ Lydia trok haar zonnebril uit Thiemens mond en veegde met een bedenkelijk gezichtje het kwijl af aan haar roze gestipte rok. ‘Misschien moeten we het hem zelf maar laten bepalen.’ Soepel schoof ze de zonnebril weer op haar neus. ‘Laten we een roulette doen.’ Thomas z’n gezicht klaarde op. ‘Kijk, dat is nou een constructief idee!’

Lydia liep wiebelig naar de keukenkastjes, friemelde de deurtjes van de kinderslotjes en begon willekeurig flessen uit de kastjes te trekken. Sommige met vrolijke kleurtjes of plaatjes, andere vrij neutraal. Samen met Thomas rangschikte ze de flessen in een kring op de tafel en met veel moeite kregen ze alle doppen eraf. Mark snapte niet waar ze mee bezig waren en ook niet wat hij er nou eigenlijk van moest vinden. Maar lekker zat het hem niet. Hij klampte zich nerveus vast aan zijn stoeltje en sloeg elke beweging met haviksogen gade. Thiemen keek met grote ogen toe en vond het duidelijk maar wat interessant.
……..‘Zo’, zei Thomas toen er acht flessen open op tafel stonden. Hij ging weer zitten. ‘Aan jou de keus Mark. Krijg je nog een kans of niet?’ Hij leunde achterover in de stoel. Lydia was te opgewonden om rustig te gaan zitten en stond met beide handen aan de tafelrand te zwiepen als een ruitenwisser van pappa’s auto. Mark keek verdwaasd de tafel rond. ‘Ik wil nog een kans’, mompelde hij verward. ‘Je moet kiezen, kiezen, kiezen!’ Giebelde Lydia hyper. Thomas maakt een uitnodigend handgebaar naar de flessen. ‘Tast toe.’

Het gegiebel van de wijn drinkende mamma’s werd ineens luid doorbroken door babygejammer. Tineke keek verbaasd op. ‘Zou Tommy nou alweer van zijn stoeltje zijn gevallen?’ De andere dames haalden hun schouders op. Het gejammer verstomde weer. Misschien was er dan toch niks aan de hand. Opgelucht propte ze weer een toastje kaas naar binnen. Er klonk ineens weer gejammer, harder nu, en het werd snel luider tot een hysterisch gekrijs. Tineke stikte zowat in het toastje en hoestte het over de salontafel, terwijl ze overeind vloog.
……..Ze sprintte de keuken in en zag Thomas, Lydia en Thiemen netjes aan het kindertafeltje zitten, dat vol stond met allerlei schoonmaakmiddelen. Mark lag krijsend als een speenvarken te spartelen op de grond. Tineke greep hem van de vloer. ‘Oh mannetje, wat heb je nou gedaan?!’ De andere mamma’s, nu ook gealarmeerd, kwamen aanlopen. Met grote ogen keken ze naar de blaren rondom Marks bloedende mondje. ‘Jeeeeetje, DOE dan iets!’ ‘Wat dan?!’ Marks gegil ging over in een schrapende hoest. Tineke rende met hem naar de telefoon, terwijl de andere mamma’s de keuken opruimden en Mark met een boel gerochel en gepiep probeerde lucht te krijgen. Thiemen zette het nu ook op een krijsen en Lydia droeg maar wat graag haar steentje bij aan deze zoete symfonie der chaos. Thomas bleef rustig zitten, achterover leunend, ogen gesloten, en genoot, van de herrie, van alle beweging, en toen het langzaam weer rustig worden. Tot het stil werd. Te stil. En het geluid van gekmakend verdriet begon.

In de ban

Er was eens, heel lang geleden, in een land hier ver vandaan, een knus koffiehuisje. Dit koffiehuis, dat gerund werd door de trotse vader van twee zonen, was beroemder om zijn warme chocolade dan om zijn koffie. De moeder van het gezin was kunstenaar en boetseerde de meest prachtige beelden. De oudste zoon was een havenarbeider aan wie die talenten voor zowel smaak als schoonheid zonder omkijken voorbijgegaan waren. Maar de jongste zoon had de smaakpapillen van zijn vader en de scheppende handen van zijn moeder geërfd.
.        .De jongste zoon leerde al snel dat er geen mooiere smaak was om mee te werken dan de smaak van chocolade. Maar die scheppende handen konden met de vloeibare chocolade niets beginnen. Dus spendeerde hij maanden in de keuken van zijn vader, totdat hij het recept voor de heerlijkste chocolade in vaste vorm ontdekte. Het leek magie! Als hij het verwarmde werd het kneedbaar als klei, maar als het afkoelde werd het zo knapperig als de krakelingen van de bakker. Dus zijn handen boetseerden en kneedden, schaafden en masseerden, verfijnden en schilderden dagenlang, tot ze het prachtigste chocoladebeeld ooit geschapen hadden.

Razend enthousiast holde de jongste zoon naar de haven. ‘Broer! Kom mee, kom kijken, kom proeven wat ik heb gemaakt!’ Dus de oudste zoon kwam mee naar de keuken van het koffiehuis. Sprakeloos keek hij naar het mooiste en heerlijkst geurende kunstwerk dat hij ooit had gezien. Volkomen in de ban liep hij er rondjes omheen. ‘En proef dan toch!’ Riep de jongste zoon. Maar dat wilde zijn broer niet, want dat zou het beeld ruïneren.
.        .Moeder kwam kijken en slaakte een zucht van extase. ‘Voel hoe heerlijk hard het is, maar als boter smelt in je mond!’ Riep haar jongste zoon. Maar, volledig in de ban van deze schoonheid, wilde ze het niet aanraken, want zo een perfectie mocht niet worden aangetast!
.        .Vader kwam kijken en het water liep hem in de mond. Hij kwam zo dichtbij als hij durfde, en rook en snoof en snuffelde. Maar proeven wilde hij niet. Hij was zo in de ban van dit overheerlijk aroma dat hij bang was dat het zijn smaakpapillen zou doen exploderen.

Intens teleurgesteld omdat niemand zijn werk wilde proeven, stelde de jongste zoon het beeld tentoon op het marktplein. Als vliegen op stroop kwamen de mensen erop af. Allen waren in de ban van de grandeur en geur, maar je raadt het al: niemand wilde proeven.
.        .Toen kwam een jong meisje met grote ogen aanlopen, en ook zij was in de ban van het beeld. Maar hoe mooi en prachtig en fantastisch ze het ook vond, de verleiding van chocolade kon ze onmogelijk weerstaan. En na een korte aarzeling zette ze haar tanden in het kunstwerk, en het smaakte zo hemels! Puur geluk explodeerde in haar mond en de vonken zoefden als vlinders door haar lijf. Verrukt nam ze nog een hap en nog één, en meer en meer meer meer…
.        .Met tranen van geluk keek de jongste zoon toe hoe iemand eindelijk écht van zijn harde werk genoot. Met tranen van afschuw zag het pleinpubliek hoe die meid het prachtbeeld hap voor hap degradeerde tot een donkerbruine hoop. En voordat de jongste zoon of het meisje de omgeslagen sfeer beseften, besprong de menigte haar uit woede om het gesloopte hemelswerk.

Besmeurd met chocolade en haar bloed, liep de jongste zoon eenzaam en alleen de stad uit. Hij was verbannen, want hij had de orde verstoord en levens in gevaar gebracht. Zijn chocoladepronkstuk was vergaan samen met de enige ziel die het echt op waarde had weten te schatten. Dus restte hem niets meer dan te zoeken naar een land waar men zijn kunst van chocolade wel begreep.

Wedstrijdverhaal: Lees en stem!

Lees hier mijn inzending voor de Enge Verhalen Schrijfwedstrijd van ‘Heel Nederland Schrijft’  Vergeet niet om mijn verhaal een  te geven, want daar kan ik de lezersprijs mee winnen! Om te voorkomen dat mensen dubbel stemmen moet je even inloggen en dat is echt zo gepiept. Je kan inloggen via Facebook of door even account aan te maken op ‘Heel Nederland Schrijft’.  Het wijst zich vanzelf, en zo niet vraag gerust. Geen zorgen, je wordt niet platgespamd. Veel leesplezier! En delen is lief! 

Het monster onder jouw bed – deel 7

Lees hier deel 6, mocht je die nog niet gelezen hebben 😉

Zo had ik Tik dus leren kennen. Het was de meest chaotische, verwarrende en frustrerende nacht van mijn leven. Naderhand heb ik eerst eens wat bijgeslapen en vervolgens ben ik bij mijn huisarts langs geweest in verband met de hersenschudding en om het eens over mijn slaapproblemen te hebben. Ik kreeg op mijn flikker omdat ik naar de huisarts had moeten komen voordat ik lekker een paar uur in bed ging liggen en vervolgens kreeg ik slaappillen mee om mijn slaapritme weer in het gareel te krijgen. Ik meldde me ziek op mijn werk en begon samen met Tik een speurtocht op het internet naar manieren om hem weer thuis te krijgen.

Tik was ervan overtuigd dat er geen vaste landplaatsen waren op aarde, want hij was wekenlang op de plek gebleven waar hij zijn vlucht gemist had en hij had er geen tweede MWO voorbij zien komen. Maar er moest toch een zeker systeem in zitten en de landplaatsen moesten toch redelijk makkelijk te vinden zijn. ‘Hoe groot is zo’n MWO?’ Vroeg ik. ‘Dan weten we ook hoeveel plek hij ongeveer nodig heeft om te landen.’ Tik schudde zijn hoofd. ‘Ze variëren enorm, met een diameter tussen de 10 en 100 meter. De meeste zijn rond met pijlvormig aanhangsel aan de voorkant.’ En zo begonnen we dus, zonder enig zinnig aanknopingspunt, in het wilde weg te zoeken naar alles wat enigszins met UFOs, aliens en onverklaarbare fenomenen te maken had.

Na iets meer dan een week, kwam ik thuis van het boodschappen doen en vond Tik weer achter de computer met Mona op schoot. ‘Ik heb iets gevonden!’ Riep hij me tegemoet, voor ik goed en wel binnen stond. Ik hing mijn jas aan de kapstok en liep met de boodschappen naar de keuken. ‘Wat dan?’ Tik kwam achter me aan. ‘We moeten naar Stonehenge.’

‘Stonehenge? Wat moeten we daar?’
‘Het is een communicatiestation.’
‘Stonehenge is een berg stenen. Heel interessant neergelegd, maar het zijn stenen.’
‘Ik herinner het me uit de lessen die we gehad hebben ter voorbereiding op onze taak hier. Er zit een compleet communicatiesysteem onder die stenencirkel.’
‘Hebben jullie dat gebouwd?’
‘Ja.’
‘En waar zijn die stenen dan voor?’
‘Oh die lagen er al. Het was ooit een graf, of een offerplek of iets in die richting. Wij gebruiken dat soort plekken, want ze zijn een handig herkenningspunt.’
‘En waarom kom je hier nu pas mee?’
‘Ik was dit helemaal vergeten, totdat ik dat plaatje op internet zag.’
‘En stel dat we nu naar Stonehenge gaan, wat gaan we daar dan doen?’
‘Een bericht sturen natuurlijk.’
‘Herinner je je dan ook ineens hoe dat moet?’
‘Nee.’
‘Dus wat is je plan?’
‘We gaan naar Stonehenge.’
‘Ja en dan?!’
‘Dan sturen we een boodschap.’
‘HOE?!’
‘Doe niet zo opgelaten. Die stations zijn neergezet om contact te houden met pioniers op aarde. Verder nergens voor. Hoe ingewikkeld kan dat nou zijn?’
‘Ik wil een beter plan.’
‘Jij wilt mij naar Stonehenge rijden, want zonder jou crash ik de auto in de eerste bocht.’
‘Jij kunt niet eens bij de pedalen.’
‘Daar heb je een punt. Ga gewoon met me mee. Je hebt ook niet echt iets beters te doen.’
‘Ik heb een baan.’
‘Dolle pret, ziekteverzuimer.’
‘Met jou valt niet te praten.’
‘Praat dan wat minder en breng me naar Stonehenge.’
‘Waarom zou ik?’
‘Waarom niet?’
‘Dit is zo kinderachtig.’
‘Geef dan antwoord. Waarom zou je me niet naar Stonehenge brengen?’
‘Ik wil eerst uitzoeken of je verhaal klopt, hoe we daar in het ondergrondse station moeten komen en hoe we dan die boodschap moeten sturen!’
‘En jij denkt dat dat wel even te vinden is via Google?’
‘Weet ik veel!’
‘Nee. Kom we gaan.’

En dus regelde ik een oppas voor Mona, pakte wat spullen en gingen we.

Plan voor je roman, of niks daarvan?

Hoe schrijf je een roman? Een echt boek? Doe ik het wel goed? Omdat ik zo’n anderhalf jaar geleden ben begonnen aan een thriller en om de haverklap vastloop en mijn tijd ongefocust aan andere dingen besteed, begon ik me zo langzamerhand af te vragen of ik het wel “handig” doe of dat ik het helemaal anders aan moet pakken. Ik ben dus eens op internet gaan zoeken naar methoden om een boek te schrijven en heb de strategieën die ik tegenkwam hieronder op een rijtje gezet. En één ding kan ik wel vast verklappen: er is niet één manier om een boek te schrijven.

Lees verder

Onkruid vergaat niet

Hij is terug. De politie is weken geleden gestopt met zoeken. Niet omdat ze de bizarre reeks moorden hadden opgelost natuurlijk; Ze hadden het gewoon opgegeven. En nu weet ik dat hij er weer is, en misschien wel nooit is weggeweest, want het onkruid verging niet. En ik voel het, terwijl ik door het park loop. Het is niet het typische gevoel van ‘brandende ogen in mijn rug’ of ‘nekhaartjes die overeind gaan staan’. Het is het gevoel dat me ook bekruipt als ik me pas na vijf happen realiseer dat de zalm wat vreemd smaakt. Dat moment dat je beseft dat het te laat is en je dus over tien minuten kotsend boven de plee zult hangen. Maar dan intenser. Lees verder

Het monster onder jouw bed – deel 6

Dit is het vervolg op deel 5.

Ik werd me eerst bewust van de trein die door mijn hoofd leek te denderen. Vervolgens proefde ik de zure smaak in mijn mond en voelde ik het krampen van mijn maag, alsof een prop slang wanhopig probeerde zichzelf uit de knoop te worstelen. Maar de druppel die mij de ogen deed openen zat in mijn oor. Langzaam verdwenen de zwarte vlekken uit mijn blikveld en toen ik voorzichtig mijn bonzende hoofd optilde, zag ik dat ik in mijn eigen kots lag. Een klonterig mengsel van koffie, ei, vanille-ijs en gal droop van mijn oor, in mijn nek. Met een zucht ging ik rechtop zitten. Het moest echt niet gekker worden. Maar dat werd het natuurlijk wel.

Lees verder

Het monster onder jouw bed – deel 5

Het voorgaande deel vind je hier!

Even later stond ik vanille-ijs etend in de keuken eitjes te bakken, want ik had honger gekregen van dat verhaal en bovendien protesteerde mijn maag heftig tegen al die koffie. Dus vanille-ijs en eieren, vraag me niet waarom dat werkt tegen maagzuur. Ik was een beetje van slag door Tiks verhaal. Niet dat ik het geloofde natuurlijk! Maar het idee dat wij misschien alleen maar fungeerden als een vorm van bio-energie voor hoger ontwikkelde buitenaardse wezens zat me toch niet helemaal lekker. Tik kwam bij me staan. Zijn antennetjes kwamen net tot aan mijn heup. Als hij pluche was geweest zou hij een bestseller item bij de speelgoedwinkel zijn geweest. Maar hij was niet pluche en ondanks zijn schattige uiterlijk met te lange armen, veel te korte beentjes en rare peervorm, kwam hij belachelijk ernstig over. Misschien sprak hij wel echt de waarheid. Ik was in de war, mijn ijs was op en de eieren gaar.

Lees verder

Het monster onder jouw bed – deel 4

Lees hier het vorige deel…

Tik negeerde mijn ongeduldige gewiebel, gefronste wenkbrauwen en trommelende vingers en ging rustig verder met zijn verhaal: ‘Ooit was het voor reizigersvolken heel simpel om energie uit de ruimte te filteren. Elk volk draaide op net een ander soort energie en gebruikte dus net een ander soort filter en daardoor was er geen competitie. Er zijn volken die het goed doen op jullie liefde of dankbaarheid, wij teren vooral lekker op onbezorgde blijdschap, maar er zijn ook volken die draaien op jaloezie, woede of verdriet. Omdat de meeste volken in een zekere balans zijn, is er van alle emoties altijd voldoende aanwezig en is elk reizigersvolk voorzien.’ Ik gniffelde. ‘En ik maar denken dat wij zo’n ontevreden klaagvolk waren. Maar jullie blijheidsvolkjes komen dus gewoon aan jullie trekken!’ Tiks antennes trilden wat toen hij riep: ‘Ik zei toch ooit! Dat is veranderd!’ Bedeesd nam ik nog een slok koffie. Tik zag er dan uit als een kleuter in een vreemd bontgekleurd carnavalskostuum, ik had geen idee wat hij kon doen als hij kwaad werd. Als hij kwaad kon worden, want was dat niet zonde van de energie? Had ik al genoemd dat ik er eigenlijk niks van snap?

Lees verder